Gepost door: Johan van Veen | 2 september 2019

Festival Oude Muziek Utrecht 2019 – nabeschouwing

Het Festival Oude Muziek Utrecht 2019 zit er weer op. Tien dagen, of zelfs – zoals in mijn geval – acht dagen lijken lang, maar zijn weer zo voorbij. Ik had grote verwachtingen van het festival, vooral ook omdat ik ervan uit ging dat we veel muziek zouden horen die nauwelijks bekend is. Die verwachting kwam uit. Niet alleen kwamen er namen van componisten voorbij, van wie ik nog nooit gehoord had, ik hoorde ook onbekende werken van componisten die ik al wel kende, zoals van Niccolò Jommelli. Zijn sacrale werken behoren, wat mij betreft, tot de ontdekkingen van dit festival. Ook in de kamermuziekserie zaten heel wat interessante werken van componisten, van wie ik wel meer zou willen horen. Van Francesco Durante’s klavecimbelmuziek had ik wel wat gehoord, maar Cristiano Gaudio’s recital was een revelatie: zijn sonates zijn echt heel goed. Die klavecinist is trouwens iemand om in de gaten te houden, net als Louise Acabo.

En daarmee zijn we al bij een ander belangrijk aspect van dit festival: de kennismaking met musici en ensembles die je niet kent. Gaudio en Acabo behoorden daartoe, maar ook de ensembles Theatro dei Cervelli en Acronym. Dan waren er ook nog musici en ensembles die ik wel van naam kende, maar niet of nauwelijks had gehoord en met wie ik nu nader kon kennismaken, zoals de violisten Eva Saladin, Evgeny Sviridov en Josef Zák. Het zijn allemaal musici die ik weer hoop te horen, in het festival of elders.

Het thema was goed gekozen en goed uitgewerkt. Napels blijkt een heel interessante stad te zijn. We hebben uiteraard maar een fragment gehoord van wat er door de eeuwen heen aan muziek is ontstaan. Er zouden waarschijnlijk nog wel een paar festivals met weer andere muziek kunnen worden georganiseerd. Ik denk dat we wel een goed beeld van het Napolitaanse muziekleven van de renaissance tot de late 18e eeuw hebben gekregen.

Uiteraard zijn er wel wat kritische noten te kraken. Ik heb het concert van L’Arpeggiata al genoemd; daar zal ik verder geen woorden aan vuil maken. Van kennissen hoorde ik dat ook het concert van L’Achéron op de tweede zaterdag een gênante vertoning was. Daar heeft de festivalleiding natuurlijk maar beperkte invloed op, maar men zou er wel enige consequenties aan kunnen verbinden.

Ik zou graag zien dat, op het vlak van de uitvoeringspraktijk, de verspreiding van het vibratovirus eens fundamenteel ter discussie wordt gesteld. Het loopt de spuigaten uit. Dat is natuurlijk wel een probleem. Want als het festival hier echt werk van maakt, moet het misschien wel driekwart van de zangers en zangeressen die hier hun opwachting komen maken, buiten de deur zetten. Het aantal vocalisten, dat echt werk maakt van de historische uitvoeringspraktijk in hun stijl van zingen, is op de vingers van twee handen te tellen, en dan ben ik in een optimistische bui.

Volgend jaar is het thema ‘Ars Rhetorica’. Dat klinkt interessant en ik ben benieuwd hoe het wordt uitgewerkt. Artists in residence zijn violiste Eva Saladin en het Ensemble Correspondances. Uitstekende keuzen – naar hun bijdragen kijk ik nu al uit.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: