Gepost door: Johan van Veen | 3 september 2018

Festival Oude Muziek Utrecht 2018 – zaterdag 1 september

De laatste dag van de week is voor mij ook de laatste dag van het festival. Om elf uur ging ik opnieuw naar de Tuindorpkerk om nog eens het orgel te horen, dat daar – na een grondige restauratie – geplaatst is. Nadat gisteren Benjamin Alard een programma rond Rameau had gespeeld, dat een uitsluitend wereldlijk karakter droeg, werd het nu door James Johnstone bespeeld in één van de twee missen van François Couperin, de Messe propre pour les convents de religieux, et religieuses. Franse componisten waren gewoon in de titel van een stuk een registratieaanwijzing te geven. Deze mis begint uiteraard met het Kyrie, en het orgelvers heeft als toevoeging plein jeu (het volle werk zonder de tongwerken). Later in het stuk komen we aanwijzingen als sur la trompette du grand clavier, sur le chromorne en sur la voix humaine tegen. Wanneer hij een niet echt Frans orgel bespeelt, moet de organist dus een registratie vinden, die het origineel zo dicht mogelijk benadert. Dat lukte Johnstone goed, maar daarbij werd hij geholpen door het feit dat dit orgel veel mogelijkheden biedt en meer dan andere Utrechtse orgels – dat van de Jacobikerk bijvoorbeeld – Franse trekken heeft. Couperins missen worden vaak alleen gespeeld; dat kan best, maar dan mis je de liturgische context waarvoor ze bedoeld zijn. Het interessante van deze uitvoering – en ook die van twee dagen geleden, toen de andere mis werd gespeeld – was dat we hier ook de verzen te horen kregen die gezongen moeten worden. Daarvoor maakte men gebruik van gezangen die in 1687 werden uitgegeven; het is een soort nieuw gecomponeerd gregoriaans, met toegevoegde versieringen in de stijl van de tijd. Voor het Benedictus greep het ensemble Les Meslanges, onder leiding van Thomas Van Essen, dat de gezangen uitvoerde, terug op de Messe Exultate Deo van François Cosset (c1610-na 1664). Speciaal was het gebruik van de serpent, een blaasinstrument dat tot in de 19e eeuw in de liturgie werd gebruikt om de zangstemmen te versterken. Ik kende het alleen van CD en dus was het interessant om het nu live te horen en ook te kunnen zien. De inzet van het orgel van de Tuindorpkerk was een briljant idee van het festival. Hopelijk hebben de luisteraars opgemerkt dat dit een heel waardevol instrument is. Hopelijk wordt het vaker in het festival gebruikt. Bovendien zijn de missen van Couperin niet erg bekend, ook al omdat ze in Nederland, bij ontbreken van geschikte instrumenten, zelden tot klinken komen.

Om drie uur toog ik naar de Pieterskerk voor een concert van het Ensemble Leones, onder leiding van Marc Lewon. Het programma was gewijd aan een bijzonder handschrift, wegens de vorm bekend als het Chansonnier Cordiforme, letterlijk ‘hartvormige codex’. Wanneer het geopend wordt, vormt het twee verbonden harten. Het bevat werken van de beroemdste componisten van de 15e eeuw, zoals Ockeghem en Dufay, maar ook een aantal anonieme werken. Ook het in het festival diverse malen uitgevoerde chanson De tous bien plaine van Hayne van Ghizeghem staat erin. De musici hadden een mooie en afwisselende keuze gemaakt, die voortreffelijk werd uitgevoerd. Met Els Janssens-van Munster, Raitis Grigalis en Mathias Spoerry beschikt het ensemble over drie uitstekende zangers, die de vocale werken op een stijlvolle manier uitvoerden. Bijzonder waren de bijdragen van Baptiste Romain op vedel en lira da braccio, vooral in samenspel met Els Janssens-van Munster. Elizabeth Rumsey (viola d’arco) en Marc Lewon (viola d’arco en luit) droegen het hunne aan het concert bij. Lewon had tijdens het concert vrijwel voortdurend een big smile op zijn gezicht; het plezier in het musiceren straalt ervan af en dat is leuk om te zien. Er was ook alle reden tevreden te zijn met de manier waarop het concert verliep. Het enthousiasme van de toehoorders was dan ook verdiend.

Dat was minder het geval bij het volgende concert. In de Geertekerk speelde het Ensemble Lucidarium onder leiding van Avery Gosfield. Onder de titel ‘La dolce vista – de wereld van Dufay’ werd een programma uitgevoerd dat je ‘populair’ zou kunnen noemen. De geselecteerde stukken werden kennelijk vanuit het perspectief van de ‘volksmuziek’ benaderd. Of die daartoe ook aanleiding gaven, laat zich moeilijk beoordelen. Zoals ik al schreef naar aanleiding van het concert van ClubMediéval gisteren: het is niet eenvoudig dat goed te doen. In dit geval vond ik weinig aanleiding tot een positieve beoordeling. De instrumentale stukken werden op een nogal luide manier – met prominent aanwezig slagwerk – en in bonte kleuren uitgevoerd. Daar heb ik wat twijfels bij, maar omdat die instrumenten goed bespeeld werden, kon ik daar wel vrede mee hebben. Dat gold niet voor de bijdragen van de zangers. De tenor Enea Sorini zong uitstekend, maar de beide sopranen waren nogal wankel; zowel de zuiverheid als de synchronisatie lieten enigszins te wensen over. Ik vond het soms een beetje pijnlijk en moeilijk om er naar te luisteren. Wat me in het festival nog niet is overkomen, gebeurde nu: ik was blij toen het concert ten einde was.

Gelukkig was het slotakkoord heel mooi: om half elf zong de Cappella Mariana onder leiding van Vojtech Semerád in de Pieterskerk eerst de boetepsalm Miserere mei Deus van Josquin – al enkele malen eerder gezongen in de Jacobikerk – en daarna het zesstemmige Requiem van Jean Richafort, dat hij naar aanleiding van de dood van Josquin, die zijn leermeester was, componeerde. Eén van de cantus firmus melodieën komt uit een chanson van Josquin. Het is een prachtig ingetogen maar ook indringend werk, dat door het ensemble voortreffelijk werd uitgevoerd. De Cappella Mariana heb ik eerder in een concert met motetten op teksten uit het Hooglied gehoord en het maakte op mij toen een heel goede indruk. Die werd nu bevestigd. Het ensemble bestaat uit heel mooie stemmen en de balans tussen de stemgroepen is perfect. Van de ensembles met een alto in de bovenstem die ik in het festival gehoord heb, was dit het enige, waarin die stem niet domineert. Daniel Elgersma heeft een heel mooie stem, maar die is minder penetrant dan die van sommige van zijn collega’s. Zijn ontspannen manier van zingen draagt ertoe bij dat hij zijn collega’s niet overstemt, die zelf trouwens ook voldoende gewicht hebben. Dit Requiem is een waardig eerbetoon aan de man die één van de hoofdfiguren van dit festival was. Een betere afsluiting van het festival had ik me niet kunnen wensen.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: