Gepost door: Johan van Veen | 29 augustus 2017

Dagboek Festival Oude Muziek Utrecht 2017 – maandag 28 augustus

Mijn eerste concert op maandag knoopte in zekere zin aan bij het avondconcert van zaterdag. Toen stonden grands motets van Du Mont en Charpentier op het programma, tijdens dit concert door het Duo Serenissima klonk muziek uit dezelfde tijd voor de bezetting van één en twee solostemmen met luit. Ook hier ging het om religieuze muziek, maar dan niet op teksten die de componisten zelf hadden uitgekozen. Étienne Moulinié, Pierre Guédron en Antoine Boësset zijn de bekendste componisten van zogenaamde airs de cour, liederen voor zangstemmen en begeleiding op wereldlijke teksten, die vooral aan het eind van de 16e eeuw en in de eerste helft van de 17e eeuw geliefd waren. Aanvankelijk uitsluitend gezongen aan het koninklijke hof vonden ze na verloop van tijd meer algemene verspreiding. Hun populariteit maakte het aantrekkelijk ze van geestelijke teksten te voorzien. De twee leden van het duo, de sopraan Elisabeth Hetherington en David Mackor (tenor, luit en gitaar), hadden voor hun programma geput uit verzamelingen, die in de jaren 1620 en ’30 verschenen. Meer dan de grands motets kunnen deze geestelijke contrafacten, bekend als parodies spirituelles, in verband worden gebracht met de Contrareformatie. Ook in het Lutheraanse Duitsland werd van wereldlijke melodieën gebruik gemaakt om geestelijke teksten een grotere verbreiding te geven (bijvoorbeeld O Haupt voll Blut und Wunden). Ook over de grenzen heen vonden de airs de cour weerklank en ook daar werden ze gebruikt voor geestelijke teksten. Het programma bevatte twee voorbeelden, in het Engels en in het Nederlands. Het Duo Serenissima bracht een mooi en interessant programma. Elisabeth Hetherington beschikt over een mooie stem en over het stijlbewustzijn dat nodig is om deze liederen overtuigend te zingen, bijvoorbeeld op het punt van de versieringen. David Mackor is een uitstekende bespeler van tokkelinstrumenten, maar heeft ook een aangenaam in het gehoor vallende zangstem. Een paar minpuntjes waren er wel. Hetheringtons’ zang was helaas niet vrij van vibrato, al was dat relatief klein. Helaas werd een aantal liederen niet compleet gezongen; in enkele gevallen werden in het programmaboek afgedrukte strofen niet gezongen. Dat is een nogal irritant verschijnsel dat wijd verbreid is. Gezien de lengte van het concert waren die omissies zeker niet nodig. Jammer ook dat de teksten in modern Frans werden uitgesproken. Deze liederen hebben veel te winnen wanneer een historische uitspraak wordt gebruikt. Helaas is dat nog zelden het geval; daar valt nog veel vooruitgang te boeken.

De Franse klavierspeler Benjamin Alard voert tijdens dit festival de vier verzamelingen uit die Johann Sebastian Bach van het etiket Clavier-Übung voorzag. Het eerste, tweede en vierde boek zijn voor klavecimbel, het tweede bevat de zogenaamde ‘Orgelmis’, een wat onnauwkeurige aanduiding voor koraalbewerkingen die gerelateerd zijn aan de Lutherse Catechismus. Alard speelt die op het nieuwe orgel in de grote zaal van TivoliVredenburg. De eerste aflevering omvatte zeven koraalbewerkingen, steeds in paren: eerst een uitgebreide bewerking voor twee manualen en pedaal, vervolgens een beknoptere bewerking voor één manuaal. De stukken van de tweede categorie kunnen ook op klavecimbel gespeeld worden; in een eerder recital met twee van de partita’s uit Clavier-Übung I had Alard één van de manualiter bewerkingen gespeeld. Ik signaleerde al eerder dat in solorecitals de droge akoestiek nadelig uitpakt. Dat was vooral bij de grote koraalbewerkingen het geval; de kleine zijn meer kamermuzikaal en daar stoort het minder. Niettemin, na een tijdje ga je er ook wel aan wennen en let je er niet meer op. Dat was mijn ervaring, en dat zegt wellicht ook iets over de kwaliteit van Alards uitvoeringen. Hij was in zijn registratie relatief bescheiden, maar wist door variatie daarin de kleuren van het orgel optimaal over het voetlicht te brengen. Een zorgvuldige articulatie zorgde ervoor dat het muzikale discours goed te volgen was. Medewerking werd verleend door de sopraan Gerlinde Sämann, die de koralen voordroeg, voor of na de desbetreffende bewerkingen en soms ook colla parte met de cantus firmus van de bewerkingen.

De twee volgende concerten hadden alles met elkaar te maken en belichtten de muzikale ontwikkelingen in Engeland ten tijde van de politieke en religieuze omwentelingen van de 16e eeuw. Ook in Engeland vond een reformatie plaats, zij het dat de breuk met de kerk van Rome onder Hendrik VIII in de eerste plaats door politieke motieven werd ingegeven, Niettemin leidde die tot ingrijpende muzikale veranderingen. De uiterst complexe en soms veelstemmige polyfonie die in het begin van de 16e eeuw overheerste, maakte plaats voor eenvoudiger composities waarin meer aandacht aan de tekst werd gegeven. Bovendien werd het Latijn vervangen door het Engels: verstaanbaarheid werd het hoogste doel. De hier geschetste ontwikkelingen werden gedemonstreerd door de ensembles Alamire, onder leiding van David Skinner, en Graindelavoix, onder leiding van Björn Schmelzer. Chronologisch zou het tweede concert als eerste geprogrammeerd hebben moeten zijn, want Graindelavoix zong enkele indrukwekkende voorbeelden van de complexe bouwwerken die in de vroege 16e eeuw ontstonden. Het Eton Choirbook is de bekendste bron van zulk soort composities. Het hoofdwerk in het programma was de Missa Ave Maria van Thomas Ashwell. Deze mis en de werken van John Browne die op het programma stonden, lieten precies zien waartegen de bezwaren van de hervormers zich richtten. De tekst is uiterst moeilijk te volgen, zelfs als je er speciaal gespitst op bent. In de liturgie, waarvoor deze muziek is bedoeld, gaat die aan de gelovigen – als ze al Latijn verstaan – grotendeels voorbij. Graindelavoix is een eigenaardig ensemble dat een heel andere benadering van de polyfonie van de renaissance kiest dan wat gebruikelijk is. Jaren geleden hoorde ik het in het festival en toen deed Schmelzers interpretatie me de haren ten berge rijzen. Dat was nu niet het geval: de mis kreeg een mooie en intense uitvoering. De nogal overdadige gestiek van Schmelzer leidt daarbij wel een beetje af. Ik had meer problemen met het Stabat mater van Browne. Schmelzer geeft zijn zangers veel vrijheid in het kleuren van de stem en de dynamiek. Naar mijn idee leidt die individualistische aanpak tot een gebrek aan coherentie; steeds wordt de aandacht naar individuele stemmen getrokken. Ik ben niet zo gecharmeerd van de chroomstalen zangwijze die veel Engelse ensembles er op na houden, vaak onder het motto ‘met volle kracht vooruit’. Een grotere dynamische differentiatie, kleuring van de stemmen en meer aandacht voor de tekst zijn wenselijk, maar Schmelzer gaat naar mijn idee hierin te ver. Daar voel ik me meer thuis bij de aanpak van Paul Van Nevel, die een paar jaar geleden met het Huelgas Ensemble een voortreffelijke opname van stukken uit het Eton Choirbook produceerde. Maar, dat gezegd zijnde, saai was het concert van Graindelavoix allerminst.

Veel meer in de Engelse traditie staat David Skinners ensemble Alamire, dat een programma bracht met uitsluitend werken van Thomas Tallis. Hij stond met beide benen in de ontwikkeling van complexe polyfonie naar grotere eenvoud voor de Anglicaanse liturgie en in zijn oeuvre vindt men specimina van beide stijlen. Wat aanvankelijk een politieke breuk met Rome was, werd in toenemende mate ook een leerstellige. In Engeland liet zich de invloed van de Reformatie op het continent voelen en vooral onder Hendrik VIII’s zoon Edward VI vond een protestantisering plaats die dan uitmondde in de verschijning van liturgische teksten in het Engels, waaruit de verering van Maria – die eerder zoveel componisten had geïnspireerd – was verdwenen. Het programma bood enkele staaltjes van doorwrochte polyfonie, zoals Videte miraculum, dat het concert opende. Maar er klonk ook het eenvoudige If ye love me en het syllabische en homofone O Lord in thee is all my trust, bestaande uit drie strofen. Het meest interessante stuk – en veruit het langste – kwam aan het eind. See, Lord, and behold is een zetting van een tekst die is geschreven door Katherine Parr, de laatste echtgenote van Hendrik VIII. Het is een gebed om bescherming tegen en om wraak op vijanden. Het stuk is niet compleet overgeleverd, maar aangezien het hier gaat om een bewerking van een eerder gecomponeerd werk van Tallis (Gaude gloriosa) kan het worden gereconstrueerd. Het is een indrukwekkend polyfoon werk dat alleen al vanwege de lengte veeleisend is. Het kreeg een indringende en beklijvende uitvoering door Alamire. Mooi was hoe bepaalde expressieve tekstgedeelten beklemtoond werden, bijvoorbeeld door middel van de dynamiek. In het algemeen was de interpretatie van Skinner en zijn zangers meer gedifferentieerd dan je soms van Engelse ensembles hoort.

Zaterdag was het concert van het Ensemble Correspondances gewijd aan Franse muziek van de 17e eeuw, die je met een beetje goede wil in het kader van de Contrareformatie zou kunnen plaatsen. Dat is veel duidelijker het geval bij de muziek die Hervé Niquet met zijn ensemble Le Concert Spirituel ten gehore bracht. In de grote zaal van TivoliVredenburg klonk de Missa Si Deus pro nobis van Orazio Benevolo (vaak Benevoli genoemd). Dit werk is geschreven voor 16 vocale en instrumentale stemmen in vier koren, maar Benevolo suggereerde een verdubbeling tot 32 stemmen en dat was de bezetting die Niquet gekozen had. Dit werk valt in een categorie die Duitse musicologen Kolossalbarock hebben genoemd; daartoe behoort ook de beroemde Missa Salisburgensis van Biber, die vroeger aan Benevolo werd toegeschreven. Zulke werken waren bedoeld om indruk te maken en vooral de superioriteit van de Katholieke Kerk te onderstrepen. Tenslotte zetelde in Rome, waar Benevolo werkte, geen absolutistisch koning, maar de paus, al was de laatste zeker niet van absolutistische smetten vrij. De delen van de mis – uitgevoerd door zangstemmen en blazers (zink, trombones, blokfluiten en dulciaan) – werden afgewisseld met stukken van Palestrina (één motet werd instrumentaal uitgevoerd) en een canzona van Frescobaldi. Het geheel werd uitstekend uitgevoerd; de akoestiek van de grote zaal bevorderde de helderheid en doorzichtigheid van het stemmenweefsel en zorgde er ook voor dat niet alles door elkaar ging lopen. Er zit ook een andere kant aan: deze muziek heeft een grotere ruimte nodig om echt tot haar recht te komen. Voor de grote zaal waren de klankexplosies soms echt teveel: het was vaak gewoon te luid. In een kerk is dat geen probleem, maar hier stuitte de muziek op de akoestische grenzen van een moderne concertzaal. Hopelijk komt dit werk op CD in een uitvoering in een meer geschikte ruimte. Pas dan kan het zich volledig ontplooien. Maar het was zeker een interessante kennismaking; Benevolo verdient meer aandacht dan hij tot dusver gekregen heeft.

Ik sloot de dag af met een bijzonder concert – of, beter gezegd, een voorstelling – van het ensemble Dialogos, onder leiding van Katarina Livljanic. Het houdt zich vooral bezig met het muzikale verleden van de Balkan, maar in dit geval ging het niet maar om ‘oude muziek’, zoals Livljanic als inleiding beklemtoonde. Het uitgangspunt was een aantal teksten op een oude Bosnische grafsteen die haar inspireerden op zoek te gaan naar oude religieuze teksten, met name uit de Bosnische Kerk, die zich bevond tussen de hamer van de rooms-katholieke en het aambeeld van de orthodoxe kerk. Sommige bronnen bevatten muziek en die was het startpunt van een zoektocht naar muziek voor teksten die zonder muzieknotatie zijn overgeleverd. Daarbij werd o.a. gebruik gemaakt van muziek die hier en daar nog steeds gezongen wordt en vanaf oude tijden van generatie op generatie is overgeleverd. Die muziek wijkt sterk af van wat wij in West-Europa als ‘oude muziek’ beschouwen, zowel qua melodie als harmonisch. Ik weet niet zeker of dit soort repertoire toegankelijk is via een medium als de CD of zelfs in een concert. Livljanic had terecht gekozen voor een theatrale setting en juist dat zorgde voor een buitengewoon boeiende belevenis, waarin de teksten tot leven kwamen. Je werd als het ware meegezogen in de belevingen – zowel belevenissen als geloofsuitingen – van de Bosnische christenen. De teksten werden op de wand geprojecteerd; dat was essentieel om te snappen waarover het ging. Over ‘interpretatie’ hoeven we het hier niet te hebben. Je zat hier in feite bij de bron: de traditionele gezangen werden gezongen door Kantaduri, een ensemble dat zich bezighoudt met de muzikale tradities waarmee de zangers deels zelf zijn opgegroeid. Hertz bleek een bijzonder goede theaterzaal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: