Gepost door: Johan van Veen | 2 september 2016

Festival Oude Muziek Utrecht 2016 – donderdag 1 september

Op de eerste zaterdag van het festival speelde het Ensemble Masques enkele sonates uit het opus 2 van Tomaso Albinoni. De donderdag begon om 11 uur met een concert dat eveneens aan Albinoni gewijd was, met sonates voor viool en bc uit zijn opus 6, gepubliceerd in Amsterdam rond 1712 onder de titel Trattenimenti armonici per camera. Dit concert vond plaats in de aula van het Academiegebouw, een plek die de laatste jaren helaas niet meer zo vaak voor festivalconcerten wordt gebruikt. Voor een programma als dit is het echter heel geschikt. Violiste Leila Schayegh en klavecinist Jörg Halubek demonstreerden niet alleen de vioolkunst van Albinoni, maar ook diens invloed op Johann Sebastian Bach. Het concert opende met de mooie Sonate nr 7 in D. Schayegh is een heel begaafde violiste; haar techniek is smetteloos en ze speelt met een grote intensiteit en betrokkenheid. Ik noteerde ook dat Halubek de basso continuopartij op een bijna concertante manier uitwerkte, vooral in de langzame delen als ware het een concertante partij, zoals in de sonates voor klavecimbel en viool van Bach. De eerste van die sonates (BWV 1014) besloot het concert en daarvoor klonk de Sonate nr 6 in a van Albinoni waarin Schayegh in plaats van Italiaanse versieringen ervoor koos versieringen te spelen in de stijl van Bach. Voorafgaand demonstreerde ze kort de verschillen, wat heel instructief was. Op deze manier kregen de beide sonates ook een eigen profiel. Bachs sonate werd prachtig gespeeld; Schayegh realiseerde zich dat zij daarin de ‘tweede viool’ speelt. Dat was nog duidelijker geworden als ze zich achter het klavecimbel had opgesteld. Eerder gaf Halubek een mooie vertolking van Bachs Preludium en fuga over een thema van Albinoni (BWV 951) waarin hij me ook wat eigen improvisaties leek te verwerken.

Voor het tweede concert begaf ik me naar de Lutherse Kerk voor weer een aflevering in de klavierserie. Dit keer speelde Javier Núñez een programma waarin Giovanni Picchi centraal stond. Die was al eerder te horen geweest in het concert van Rinaldo Alessandrini. In zijn aanpak hoorde ik die van zijn leraar Ton Koopman terug. Núñez was iets terughoudender; evenals Alessandrini speelde hij Picchi’s Toccata, voor mijn gevoel iets langzamer en wellicht iets minder vrij. Dat is geen kritiek; er zijn verschillende wegen die naar Venetië leiden. Núñez maakte er een bijzonder boeiend geheel van; de ritmiek in de dansen van Picchi was uitstekend waardoor je ze als luisteraar ook echt als dansen ervoer. Heel interessant was de confrontatie met stukken van vertegenwoordigers van de Napolitaanse school: Giovanni Maria Trabaci, Giovanni de Macque en Ascanio Mayone. Zij vallen vooral op door harmonische experimenten; de Macque was enige tijd in dienst van de familie Gesualdo. Er is een onmiskenbaar verband tussen de klaviermuziek van de Napolitaanse school en Gesualdo’s madrigalen. In dit concert was het vooral in Trabaci’s Consonanze stravaganti dat we ongewone harmonische patronen konden horen. Núñez eindigde met een mooie interpretatie van Follia van Storace; zijn aanpak beviel me beter dan die van Carole Cerasi in haar concert van woensdag. Núñez’ optreden was zonder meer een van de hoogtepunten in de klavierserie.

Aan het eind van de middag kon de festivalbezoeker kiezen uit twee concerten: Psalmen van Marcello – uit dezelfde bundel waaruit Václav Luks afgelopen maandag drie werken had geselecteerd – door het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Richard Egarr en motetten van Galuppi, door Francesca Boncompagni en Les Musiciens du Louvre onder leiding van Francesco Corti. Voor dat laatste concert had ik een kaart gereserveerd, ook al omdat ik in een eerdere editie van dit festival enkele werken van Galuppi had gehoord die mij goed waren bevallen. Maar al snel betreurde ik dat ik deze keuze gemaakt had. Twee motetten – liturgisch gezien antifonen – stonden op het programma: Ave regina coelorum en Alma redemptoris mater. Ze hebben de vorm die we ook van Vivaldi kennen: een afwisseling van recitatieven en aria’s. Qua karakter waan je je met deze stukken in de opera. Ze stammen uit de jaren 1770 en de klassieke stijl hoor je er al in doorsijpelen. Van de sopraan wordt een grote tessituur verwacht; er zitten in de aria’s een paar noten waarvoor ze het hoogste register van haar stem moet opzoeken. In deze tijd kwam ook het zingen van staccato in de mode dat je in de opera van de klassieke periode vaak hoort; ook in deze motetten zitten zulke passages. Ik vind zulke muziek nogal problematisch, zoals veel religieuze muziek uit de tweede helft van de 18e eeuw die vaak een soort van vervreemding oproept. Ik had niets dan bewondering voor de technische vaardigheden van Francesca Boncompagni die zich met bravoure door de veeleisende vocale partijen heensloeg en door het publiek met ovationeel applaus werd beloond. Maar uit stilistisch oogpunt waren haar interpretaties allesbehalve overtuigend. Van de tekst was te weinig te verstaan en haar gezang werd door een groot en constant vibrato ontsierd. Daar lijken veel liefhebbers van oude muziek tegenwoordig geen probleem mee te hebben, maar ik vind het nog steeds erg lelijk en vanuit historisch oogpunt onverdedigbaar. Als er iets is waaraan de historische uitvoeringspraktijk behoefte heeft is het aan een hernieuwde bezinning op een ‘authentieke’ stijl van zingen, vooral in het meer dramatische repertoire. Het concert eindigde met een bekend motet van Vivaldi, Nulla in mundo pax sincera. Het is een prachtig stuk maar ik kon er hier niet erg van genieten. Geef mij dan maar good old Emma Kirkby, die van dit motet ooit een geweldig mooie opname maakte. Overigens werd ook nog één van de concerti a quattro van Galuppi gespeeld; dat was helaas precies hetzelfde als het Collegium Marianum gisteren speelde. Het concert zou openen met één van de andere concerti van deze serie maar vanwege de tijd werd dat geschrapt. Het concert begon namelijk te laat omdat om 15.00 uur ook al een concert in de Geertekerk had plaatsgevonden en het blijkbaar veel tijd kostte om de ruimte voor het tweede concert aan te passen. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat twee concerten direct na elkaar in dezelfde ruimte plaatsvonden en in dit geval bleek waarom dat ook geen goed idee is.

Mijn teleurstelling over dit concert werd ’s avonds weggespoeld door Vox Luminis en het Capriccio Stragante Renaissance Orchestra onder leiding van Skip Sempé. “De wereld van Monteverdi” was de titel van het concert. Hier hoorden we vocale en instrumentale muziek uit de tijd van Monteverdi, van o.a. Mainerio, Guami, Malvezzi en Vecchi. Daarnaast klonken enkele stukken van Monteverdi zelf en werken van een eerdere generatie (Andrea Gabrieli) en een latere (Heinrich Schütz). Het was een geweldige avond, met een briljant zingend Vox Luminis – o.a. twee duetten, prachtig gezongen door Zsuzsi Tóth en Sara Jäggi respectievelijk Philippe Froeliger en Robert Buckland – en een even briljant spelend renaissanceorkest. Over de bezetting van sommige stukken kun je je twijfels hebben. Het is de vraag of de dansen van bv. Mainerio met zoveel instrumenten moeten worden gespeeld en ook over de keuze van de instrumenten zijn wel wat kritische noten te kraken. Het is twijfelachtig of een compleet ensemble van twaalf stemmen moet aantreden voor madrigalen. James Bowman nam ooit Vecchi’s So ben mi ch’ha bon tempo op zijn debuutplaat op, begeleid door enkele gamba’s; twaalf stemmen is wat overdreven. Ik vond het ook wat merkwaardig dat alleen de eerste strofe werd gezongen; het kreeg daardoor de status van een tussendoortje. Maar er waren ook enkele geweldig gezongen stukken uit de Selva morale e spirituale von Monteverdi: Confitebor III, Dixit Dominus II en Beatus vir. Als tweede toegift kregen we van hem ook nog het Deus in adiutorium uit de Vespers. Dat volgde op het langdurige applaus waarmee de musici werden beloond die het concert besloten met Schütz’s Alleluia, Lobe den Herren. Deze indrukwekkende vertolking deed me hopen dat Vox Luminis zich nog eens over deze componist gaat ontfermen en het niet laat bij de prachtige opname van de Musicalische Exequien (Ricercar, 2011). Dankzij dit concert ging ik met een tevreden gevoel naar huis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: