Gepost door: Johan van Veen | 27 augustus 2016

Festival Oude Muziek Utrecht 2016 – vrijdag 26 augustus

Het is weer tijd voor het Festival Oude Muziek Utrecht. Dat is niet alleen een jaarlijks terugkerend feest voor de muziekliefhebber, het is voor velen ook een soort reünie, zoals me opviel toen ik ongeveer half acht mijn plaats in de grote zaal van TivoliVredenburg innam. In toenemend tempo vulden mensen de zaal, die vaak begroet werden door bezoekers die ze wellicht sinds de vorige editie niet gezien hebben. Dat geldt zeker voor de vele bezoekers uit het buitenland. Hun aanwezigheid onderstreept het belang van het festival dat zich altijd weer onderscheidt door een constante kwaliteit maar ook door een avontuurlijke programmering.

Dat is zeker het geval met het programma van dit jaar dat onder de titel ‘La Serenissima’ zich concentreert op de muziek die gecomponeerd werd in Venetië van de middeleeuwen tot de late 18e eeuw of daarmee op een bepaalde manier geassocieerd kan worden. Dat levert onvermijdelijk spannende concerten op want Venetië was één van de grote muziekcentra van Europa waar vaak ook duchtig geëxperimenteerd werd. De stad trok musici en componisten van over heel Europa aan. Een voorbeeld daarvan is Johann Rosenmüller aan wie het openingsconcert gewijd was.

Zijn muziek is sterk Italiaans van karakter. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat hij hier lange tijd werkte maar Italiaanse invloeden zitten ook al in de muziek die hij in zijn Duitse tijd componeerde. De Italiaanse stijl zat hem blijkbaar in het bloed, net als dat het geval was met Händel. Met zijn ensemble Gli Angeli Genève bracht Stephan MacLeod, één van de artists in residence van dit jaar, een programma onder de titel ‘San Marco Vespers’. Die titel moet met een korreltje zout genomen worden, want het staat bepaald niet vast dat de muziek die Rosenmüller in Venetië schreef, daar werd uitgevoerd. Het is heel goed mogelijk dat de werken die tijdens het concert klonken, in Duitsland werden uitgevoerd waar zijn muziek op grote belangstelling kon rekenen. Voor de uitvoeringspraktijk heeft dat waarschijnlijk weinig consequenties want in Duitsland werd alles wat uit Italië kwam driftig gekopieerd, dus ook het gebruik van zinken en trombones, niet alleen als ondersteuning van de zangers maar ook in zelfstandige instrumentale partijen. Denk hier ook aan de muziek van Heinrich Schütz.

Overigens heeft Rosenmüller geen Vespers gecomponeerd, zoals Monteverdi. MacLeod had vijf werken uitgezocht die deel uitmaken van de vesperliturgie maar niet als eenheid bedoeld zijn. We hoorden vier psalmen – Dixit Dominus, Laudate pueri Dominum, Laetatus sum en Lauda Jerusalem – en een Magnificat. Er was ook geen sprake van een soort liturgische reconstructie: ze werden ook als zelfstandige stukken uitgevoerd, steeds gevolgd door applaus. Dat vind ik meestal nogal storend maar in dit geval was dat minder een probleem. Ik zou het wel storend hebben gevonden als dit programma in een kerk was uitgevoerd. Dat zou ook een veel betere plek zijn geweest. Dit is een kwestie die steeds weer terugkeert in dit festival. Dat was het geval toen het oude Muziekcentrum nog voor de avondconcerten werd gebruikt en is het nu weer, na de opening van TivoliVredenburg. In die zin is het festival – en de oude muziek in het algemeen – het slachtoffer van zijn eigen succes. Een programma als dit komt in een kerk als de Jacobikerk veel beter tot zijn recht. Dat zal ook bij komende concerten het geval zijn maar ik ga daar niet steeds weer een punt van maken.

Het gevolg is wel dat individuele stemmen in solopassages niet altijd optimaal over het voetlicht kwamen. Gelukkig stond daar veel tegenover. Gli Angeli Genève is een uitstekend ensemble in een variabele bezetting en bestond in dit concert uit acht voortreffelijke zangers die hun individuele kwaliteiten in dienst stelden van het geheel. De stemmen mengden perfect en ook de balans tussen stemmen en instrumenten was bevredigend. Die laatsten maakten veel indruk, zeker de spelers van de zinken en trombones en niet te vergeten trompettist Alain De Rudder in Lauda Jerusalem. In vergelijking klonken de strijkers soms wat mat. Het concert was bovenal een indrukwekkende demonstratie van de kwaliteit van Rosenmüllers muziek, die niet alleen effectief de instrumenten inzet maar ook een meester is in de verbinding van tekst en muziek. Ook de dramatische elementen in de tekst worden volledig uitgebuit, zoals in Dixit Dominus. Rosenmüller komt nog verschillende keren terug in het programma en dat is iets om naar uit te kijken.

Het festival beloofde op voorhand bijzonder interessant te worden. Het begon in elk geval met een voltreffer. De lat werd direct hoog gelegd. Laten we hopen dat de komende dagen net zo veel moois te horen is en de uitvoeringen op hetzelfde hoge niveau staan als tijdens het openingsconcert.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: