Gepost door: Johan van Veen | 5 september 2015

Festival Oude Muziek Utrecht 2015 – vrijdag 4 september

Na de relatief onbekende Giles Farnaby die gisteren tijdens het dagelijkse klavecimbelrecital belicht werd, staat vandaag Thomas Tomkins op het programma. Hij kan als één van de laatste virginalisten worden beschouwd. Van hem zijn rond de 70 klavierwerken bewaard gebleven; het grootste deel schijnt uit de laatste jaren van zijn leven te dateren. Stilistisch behoren ze tot een eerder tijdperk en vertonen de invloed van Byrd, die waarschijnlijk zijn leermeester was. In het programma dat Carole Cerasi in de Lutherse Kerk speelde, waren verschillende genres vertegenwoordigd: liedvariaties (Fortune my foe), dansen (een pavan en galliard), A Fantasi en, ter opening en afsluiting, twee grounds. Veel stukken van Tomkins zijn heel virtuoos; de interpreet moet over soepele vingers beschikken om het veeleisende passagewerk goed te realiseren. Dat was bij Cerasi, die in 2001 een CD met werken van Tomkins uitbracht, prima in orde. A grounde waarmee het programma afsloot, was een indrukwekkend voorbeeld van Tomkins’ meesterschap en Cerasi’s vaardigheid. Maar ook in de langzamere en meer introverte stukken wist ze te overtuigen, zoals in A sad paven for these distracted times. Ritmische precisie kenmerkte haar spel in Barafostus dreame en Fortune my foe en de snelle galliards. Een mooi concert om de dag mee te beginnen.

De Franse sopraan Anne Azéma is al weer jaren geleden te gast geweest in het festival. Ze was terug met een interessant programma waarin in feite niet zozeer de muziek als wel de teksten centraal stonden. In de middeleeuwen werden de teksten die hier werden gepresenteerd, in de regel niet gelezen – de meeste mensen konden helemaal niet lezen – of voorgedragen, maar vooral gezongen. Helaas zijn maar weinig teksten met de bijbehorende muziek overgeleverd. Dus moet degene die zulke teksten aan een modern publiek wil laten horen, een list verzinnen. Hij kan bijvoorbeeld gebruik maken van wel overgeleverde muziek op andere teksten of zonder tekst. Maar men kan ook proberen nieuwe muziek in de stijl van de tijd te schrijven. Verschillende experts hebben dat gedaan en enkele voorbeelden waren in dit concert te horen. Naast enkele orginele melodieën hoorden we nieuwe melodieën in middeleeuwse stijl van onder andere John Fleagle, Margriet Tindemans en Shira Kammen. Laatstgenoemde bespeelde tijdens dit concert de vedel en de harp en droeg op improvisatorische wijze enkele instrumentale stukken voor. Onder de teksten vindt men moralistische, maar ook humoristische; beide werden op welsprekende wijze door Azéma voorgedragen, in één geval heel passend vanaf de kansel. Hoewel de teksten strikt genomen geen verhalen vertellen, had dit programma in een vroegere editie heel goed onder het thema “storytelling” gerangschikt kunnen worden. Anne Azéma en Shira Kammen lieten zich beide kennen als bedreven verhalenvertellers, de ene met haar stem, de andere met haar instrument.

Het Franse ensemble Doulce Mémoire onder leiding van Denis Raisin Dadre voerde de luisteraar terug naar het begin van de 16e eeuw, toen Frans I koning van Frankrijk was. In 1519 werd Karel V keizer van het Heilige Roomse Rijk en Spanje wat het machtsevenwicht in Europa bedreigde. Om daartegen tegengewicht te kunnen bieden ontmoetten Frans en Hendrik VIII van Engeland elkaar in Noord-Frankrijk in het zogenaamde Goudlakenkamp. Bij die gelegenheid werd uiteraard ook veel muziek uitgevoerd; beide vorsten hadden hun eigen kapel meegebracht. Dat bracht Raisin Dadre op het idee de twee stijlen naast elkaar te zetten. Welke muziek uitgevoerd werd is niet bekend. Op grond van allerlei overwegingen – die hij uitvoering toelicht in de recente CD-opname (ZigZag Territoires) – koos hij voor een afwisseling van delen uit de Missa Quare fremuerunt van Claudin de Sermisy en de Missa Benedicta van Nicholas Ludford. Die werden ook op verschillende manieren uitgevoerd: de eerste met stemmen en instrumenten, de laatste a capella. Het zou nog interessanter zijn geweest als ook verschillende zangers waren ingezet. Maar waarschijnlijk is niet of nauwelijks te zeggen in welk opzicht de manier van zingen van beide kapellen van elkaar verschilde. In elk geval leverde dit programma een heel interessant contrast op. Het ensemble zorgde voor een heel mooie uitvoering, waarbij gezegd moet worden dat de misdelen van Sermisy beter uit de verf kwamen dan die van Ludford. Dat kwam vooral doordat tenor Hugues Primard een wat penetrante stem heeft die in de a capella gezongen misdelen te duidelijk aanwezig was. Tussen de misdelen klonken niet in het programma vermelde instrumentale stukken, waarschijnlijk dezelfde die ook op de CD gespeeld worden. Daarop staat dit programma overigens in een wat uitgebreidere versie en de tweede CD bevat wereldlijk repertoire.

Het orkest is een uitvinding van de 18e eeuw. Dat wil zeggen, volgens Paul McCreesh verlangde Purcell in zijn tweede Ode for St Cecilia’s Day uit 1692 voor het eerst in Engeland een echt orkest. Dus we moeten dan de late 17e eeuw als de tijd van ontstaan van het orkest beschouwen. Toch trad Skip Sempé in TivoliVredenburg met zijn Capriccio Stravagante Renaissance Orchestra op. Op het programma stond instrumentale muziek uit de vroege 17e eeuw: consortmuziek van Engelse componisten – elk van de vier blokjes opende met één van de Lachrimae pavans van Dowland – en dansen van de Duitse componist Michael Praetorius. Het is waar dat in die tijd instrumentale ensembles van gemengde samenstelling speelden, maar de vraag is wel of die zo groot waren als wat hier te horen was. Bovendien was het in de 16e eeuw niet gebruikelijk dat instrumenten die in consort gebouwd werden – dus in verschillende stemmingen, zoals blokfluiten – samen met andere instrumenten speelden. Was dat in de tijd van Dowland en Praetorius anders? De laatste was ruimschoots vertegenwoordigd, maar het lijntje tussen hem en Engeland is flinterdun. Veel van de dansen die hij in zijn verzameling Terpsichore opnam, zijn bewerkingen van Franse dansen, die toen vaak al eeuwen oud waren. In die zin was hij een beetje een vreemde eend in de bijt van een aan Engelse muziek gewijd festival. Dat ook een aantal stukken van William Brade werden uitgevoerd lag meer voor de hand. Hij was van Engelse origine en vestigde zich in Noord-Duitsland; daardoor raakten Duitse componisten als Samuel Scheidt vertrouwd met de Engelse consortmuziek. Er zijn dus wel enkele kritische kanttekeningen bij dit concert te plaatsen. Maar het was buitengewoon onderhoudend: de muziek was prachtig en zeker niet eentonig, zoals een paar bezoekers in mijn omgeving meenden. Dat lag ook aan de voortreffelijke uitvoering door het ensemble met uitstekende strijkers en blazers en een slagwerkster die op het scherp van de snede acteerde. Ik had nog een half uurtje meer hiervan niet erg gevonden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: