Gepost door: Johan van Veen | 4 september 2015

Festival Oude Muziek Utrecht 2015 – donderdag 3 september

Vandaag eerst naar Hertz in TivoliVredenburg voor een concert in de ‘subserie’ “Out of Handel’s Shadow”. Op het programma staan sonates voor viool en basso continuo van Händel, Corelli, Barbella en Festing. Het is de vraag of “out of Handel’s shadow” hier wel zo’n goed opschrift is, want weliswaar zijn Händels vioolsonates niet onbekend, maar het zou overdreven zijn te zeggen dat ze deel uitmaken van het standaardrepertoire. Dat is anders met de vioolsonates op. 5 van Corelli, waaruit Bojan Cicic (viool) en Maude Gratton (klavecimbel) de zesde in A speelden. Cicic merkte op dat je ook zou kunnen zeggen “out of Corelli’s shadow”, want zo groot was diens invloed. Van Händel klonken drie sonates en één van zijn tijdgenoot Michael Christian Festing, een vioolvirtuoos die o.a. leerling was van Geminiani. Tenslotte klonk nog een sonate van Emanuele Barbella, een componist uit Napels. In de jaren 1760 bezocht hij Londen waar verschillende collecties met kamermuziek werden uitgegeven, daaronder een serie van zes vioolsonates waaruit Cicic de derde in D speelde. In zijn korte toelichtingen kwam hij over als een heel introverte persoonlijkheid, maar dat veranderde zodra hij de viool ter hand nam. In zijn spel liet hij zich kennen als een uiterst gedreven musicus, die elke sonate binnenste buiten keerde. Zijn expressieve interpretaties resulteerden in een boeiend concert waarin de stilistische verschillen tussen de vertegenwoordigde componisten mooi tot uiting kwamen. Maude Gratton is ook niet van de uitbundige soort, maar gaf een uitstekende uitvoering van de Suite in F (HWV 427) van Händel.

Vervolgens naar de Lutherse Kerk voor een recital van Catalina Vicens, die de schijnwerpers richt op Giles Farnaby, een minder bekende virginalist. Daar had ik naar uitgekeken, niet alleen vanwege de kwaliteiten van de klaveciniste, maar in de eerste plaats vanwege Farnaby. Zijn muziek hoorde ik voor het eerst via een grammofoonplaat van de helaas jong overleden Canadese klavecinist Bradford Tracey. Sindsdien heeft Farnaby me niet meer losgelaten. Zijn muziek is levendig en inventief, met prachtige versieringen van destijds populaire melodieën en met pregnante ritmes. Catalina Vicens speelde prachtig, afwisselend op een klavecimbel en een muselaar en de versieringen kwamen goed tot hun recht. Toch verliet ik het concert met een gevoel van teleurstelling omdat die pregnante ritmes veel minder uit de verf kwamen. Dat lag aan de meestal nogal trage tempi. Sommige stukken herkende ik nauwelijks. In haar programmatoelichting legde Vicens wel erg de nadruk op de charmante kant van Farnaby. Ik vond haar interpretatie te lievig, te poezig – uiteindelijk werd Farnaby’s muziek te onschuldig. De pit en de scherpte en ook het briljante van zijn muziek bleven onderbelicht.

De heel vroege muziek uit Engeland heeft in dit festival nog niet bijzonder veel aandacht gekregen, maar er staan nog enkele concerten met muziek uit de tijd vóór Hendrik VIII geprogrammeerd voor de laatste dagen (Anne Azéma, Dialogos, La Morra). Ook het concert van La Capilla was aan vroeg repertoire gewijd en daarin stond John Dunstaple centraal. Hij is degene die verantwoordelijk wordt gehouden voor de invloed van de contenance angloise op het continent. Hoe dat precies gebeurde is niet duidelijk. De historici zijn het er niet over eens of hij zelf voet op continentale bodem heeft gezet. De leden van La Capilla ontdekten echter drie continentale bronnen voor zijn chanson Puisque m’amour terwijl het in geen enkele Engelse bron overgeleverd is. Misschien is hij er toch zelf geweest? Interessant is ook dat een anonieme mis gebaseerd is op ditzelfde chanson; in het concert klonken zowel het chanson als drie delen uit deze mis. Daarnaast motetten van Dunstaple, soms voorafgegaan door de gregoriaanse zetting van dezelfde tekst en enkele werken van tijdgenoten: Binchois, Regis en Dufay. Van de laatste hoorden we o.a. het beroemde Se la face ay pale. De St.-Willibrordkerk is de ideale plek voor dit soort muziek en de akoestiek hielp mee om de gezongen stukken optimaal over het voetlicht te brengen. De tenor, bariton en bas produceren een mooi sonoor geluid; prachtig ingetogen waren de gregoriaanse gezangen. De polyfonie werd zeer eloquent ten gehore gebracht, soms voor in de kerk, dan weer links voor en aan begin en einde achter in de kerk. Een speciaal compliment verdient de alto Bart Uvin, die op korte termijn de ziek geworden Rob Cuppens verving. Hij voegde zich perfect in het geheel en was in het begin ook solistisch te horen – met luitist Jan Van Outryve die een aantal mooie intavolaties speelde – in Dunstaples Nesciens mater. La Capilla is een waardige opvolger van de Capilla Flamenca waaruit het is voortgekomen en dat werd opgeheven na het overlijden van Dirk Snellings.

In de Geertekerk werd uit een heel ander vaatje getapt. “Orpheus Brittannicus” was de titel van het concert van de sopraan Dorothee Mields en de blokfluitist Stefan Temmingh, met Axel Wolf (luit) en Sebastian Wienand (klavecimbel). De titel slaat op een publicatie uit 1698 waarin een aantal solostukken uit Purcells theaterwerken werden opgenomen. Ook in onze tijd wordt die vaak gebruikt voor concerten en CD-opnamen. In dit programma klonken bijvoorbeeld The plaint: O let me weep, dat afkomstig is uit The Fairy Queen en – minder bekend – Celia hath a thousand charmes uit The Rival Sisters. The plaint heeft een obligate partij voor een melodieinstrument en die wordt meestal op viool gespeeld, maar hier op de blokfluit, wat gebaseerd is op de visie van Peter Holman dat deze voor blokfluit bedoeld is. Er klonken nog andere stukken: Corydon, een mooie cantate voor sopraan, blokfluit en bc van Christoph Pepusch, tijdgenoot van Händel, een catch van Purcell en enkele anonieme stukken. Pièce de résistance was de Sonate in F uit Corelli’s sonates op. 5, hier in een versierde versie voor blokfluit van William Babell. Babell was een specialist in dit soort bewerkingen: hij arrangeerde ook vele opera-aria’s van Händel voor klavecimbel en daarin valt – evenals in deze sonate van Corelli – de veelheid van noten op. Charles Burney had er niet veel mee op: hij schreef dat Babell “acquired great celebrity by wire-drawing the favourite songs of the opera of Rinaldo, and others of the same period, into showy and brilliant lessons, which by mere rapidity of finger in playing single sounds, without the assistance of taste, expression, harmony or modulation, enabled the performer to astonish ignorance, and acquire the reputation of a great player at a small expence … Mr Babel … at once gratifies idleness and vanity”. De muzikale waarde van het origineel overstijgt die van de bewerking verre. Telemann zou er hoofdschuddend naar geluisterd hebben: hij moest niets hebben van virtuositeit als doel in zichzelf. Maar het is interessant en nodig zulke stukken als tijdsbeeld te laten horen. Temmingh speelde fantastisch. De musici maakten er met elkaar een mooi feestje van. Leuk voor een uur, maar ook niet meer.

Dinsdagavond hoorden we in TivoliVredenburg de masque Venus and Adonis van John Blow, geen volledig onbekend werk, maar zeker niet vaak uitgevoerd. Vrijwel onbekend is Semele, een opera in drie acten van John Eccles. In 1700 had hij deelgenomen aan een wedstrijd betreffende de compositie van William Congreve’s masque The Judgement of Paris. Hij eindigde als tweede, maar zijn versie werd snel de meest populaire. Semele was bedoeld voor de opening van het Haymarket Theatre in 1704, maar Eccles had zijn opera pas drie jaar later af en toen was de Italiaanse opera inmiddels tot Engeland doorgedrongen. Semele werd nooit opgevoerd en Eccles trok zich – kennelijk uit teleurstelling – terug uit het openbare muziekleven. Onder leiding van Fabio Bonizzoni werd dit werk uitgevoerd – op een enkel scènisch moment na strict concertant – met zijn eigen ensemble La Risonanza. Dat lijkt misschien verrassend, maar pakte goed uit. Ik was van deze uitvoering meer gecharmeerd dan van wat het Dunedin Consort van Blow’s masque maakte. La Risonanza speelde veel kleurrijker en ritmisch pittiger; Bonizzoni gaf de dramatische aspecten het volle pond. Daartoe droegen ook de solisten bij, die zonder uitzondering prima prestaties leverden. Uit stilistisch oogpunt heb ik wel mijn bedenkingen. Ik vind het teleurstellend dat Stefanie True, die ik eerder in concerten en CD-opnamen bewonderde voor haar stijlvolle manier van zingen, zich inmiddels een flink vibrato heeft eigen gemaakt. Dat was trouwens vooral het geval als ze forte zong. Hetzelfde euvel was ook bij andere zangers te constateren. Dat doet aan mijn waardering voor deze uitvoering niets af. Ze maakte duidelijk dat we het hier met een serieuze opera van uitstekende kwaliteit van doen hebben, die op het programma van operahuizen thuis hoort. Het is te hopen dat Bonizzoni de gelegenheid krijgt het werk op CD op te nemen.

Veel intiemer ging het eraan toe in Hertz, op de late avond, waar het blokfluitensemble Mezzaluna en luitist Paul O’Dette “kamermuziek voor de Tudors” speelden. Uitgangspunt waren Hendrik VIII en zijn muzikale smaak, die in latere jaren sterk Italiaans gekleurd was. Vandaar dat diverse stukken van Italiaanse componisten te horen waren, zoals Willaert, Arcadelt en Ruffo. Daarnaast klonken luitstukken uit de tijd van Hendrik en ook van latere generaties van de Tudors: Philip van Wilder, John Johnson en Daniel Bachelar. Een interessant en onderhoudend programma, dat prima werd vertolkt door het levendig en zuiver spelende blokfluitconsort. Paul O’Dette is één van de belangrijkste luitisten van onze tijd en droeg de luitstukken in een welsprekende stijl voor. De laatste stukken van het programma – van Augustine Bassano en Ferrabosco II – werden door Mezzaluna en O’Dette samen gespeeld. Een mooi concert om de dag mee te besluiten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: