Gepost door: Johan van Veen | 2 september 2015

Festival Oude Muziek Utrecht 2015 – dinsdag 1 september

Een verhoudingsgewijs rustige dag, met slechts vier concerten, begon in de Lutherse Kerk met weer een aflevering in de klavecimbelserie. Net als sommige andere concerten stond dit onder het kopje “Out of Handel’s shadow”. Dat geldt eigenlijk alleen voor Giovanni Bononcini, want hij was een tijdgenoot van Händel. Het is niet van toepassing op Giovanni Battista Draghi (c1640-1708): hij was al overleden lang voordat Händel zelfs maar voet op Engelse bodem had gezet. Hij vestigde zich rond 1662 in Engeland en was daarmee één van de eerste Italiaanse componisten die zijn geluk in Engeland kwamen beproeven. Een deel van zijn oeuvre is verloren gegaan, daaronder verschillende grote vocale werken. Hij werd speciaal bewonderd als klavecinist en Luca Guglielmi had vier van zijn werken voor zijn recital geselecteerd. Draghi was een tijdgenoot van Purcell en dat is te horen. Heel verrassend was de opening van het recital: de Ground in c ‘Scocca pur’ heeft een basthema dat wie Purcells muziek kent heel bekend zal voorkomen. Na de expositie van dat thema verwachtte ik een aria van Purcell te zullen horen. In de navolgende suites in g klein en G groot is de overeenkomst met Purcell minder opvallend, maar dat komt vooral doordat Purcells klavecimbelsuites niet echt bekend zijn. De Suite in G eindigt met een briljant deel, getiteld The Hunting Tune. Alle delen hebben overigens Engelse titels, zoals aire en corrant. De Toccata in c verraadt de Italiaanse afkomst van Draghi. Na de eeuwwisseling zouden veel meer Italiaanse componisten voor kortere of langere tijd zich in Engeland en met name Londen ophouden. Daaronder was ook Giovanni Bononcini, wiens muziek – en dan vooral zijn opera’s – populair waren en tot pogingen leidden hem naar Engeland te halen. Dat lukte in 1720; hij bleef een aantal jaren en kon zich in het succes van zijn opera’s verheugen. Guglielmi had drie divertimenti uit een bundel van acht uitgekozen, die in 1722 in twee edities in Londen verschenen: één voor viool of traverso en bc en één voor klavecimbel solo. De laatste is grotendeels identiek aan de eerste, afgezien daarvan dat enkele naar een andere toonsoort werden getransponeerd. Zowel onder professionele musici als onder amateurs was Italiaanse muziek heel populair en deze werken staan dan ook in puur Italiaanse stijl, in vier delen volgens het vertrouwde schema langzaam-snel-langzaam-snel, met uitzondering van het Divertimento VIII in c, dat drie delen heeft. Bij deze klavecimbelversies hebben we het met uitstekende muziek van doen, die een interessante uitbreiding van het klavierrepertoire van de barok zijn. Luca Guglielmi is een creatieve geest, die al verschillende CDs met ongebruikelijk repertoire het licht heeft doen zien (Galuppi, Hasse, Platti, Bernardo Pasquini). Een programma als dit past helemaal in zijn straatje en hij droeg de uitgekozen werken met zwier en grote technische beheersing voor. De combinatie van repertoire en voordracht resulteerde in een uiterst boeiend recital dat door de toehoorders met langdurig applaus beloond werd.

Het vocaal ensemble Cinquecento is al verschillende keren te gast geweest op het festival. Het heeft zich in de relatief korte tijd van zijn bestaan opgewerkt tot één van de belangrijkste vertolkers van de polyfonie van de renaissance, wat gedocumenteerd is in verschillende CD-opnamen (Hyperion). Het houdt zich hoofdzakelijk bezig met componisten die op het continent werkzaam waren. Of het al eerder muziek van Engelse componisten gezongen heeft weet ik niet, maar in elk geval zijn daar geen CDs van. Het was dus in zekere zin verrassend dat Cinquecento in dit festival acte de présence gaf met repertoire dat vrijwel uitsluitend door Engelse ensembles wordt geïnterpreteerd. In de Pieterskerk zong het ensemble muziek van Christopher Tye, die één van de toonaangevende componisten van zijn tijd was. Helaas zijn maar weinig vocale werken van hem bewaard gebleven en de overgeleverde werken zijn niet altijd ongeschonden; soms ontbreken één of meer stemmen. Dat is ook het geval met de vijfstemmige mis – aangeduid als The mean Mass – die de rode draad van het programma vormde. Hiervan ontbreekt de tenorpartij die echter kon worden gereconstrueerd. Hierin komt de eigenzinnige harmonie die veel werken van Tye eigen is, goed tot uiting, ook dankzij de loepzuivere intonatie van de vijf zangers. Die droeg er ook toe bij dat de nog verdergaande experimenten met samenklanken in Jesu salvator saeculi van John Sheppard perfect hoorbaar waren. Naast dit werk werden enkele stukken van Tallis ten gehore gebracht, waarmee Tye in een zinvolle historische context werd geplaatst. De meeste Engelse ensembles zingen deze muziek met een groter aantal zangers. Dat zou weleens dichter bij de historische werkelijkheid kunnen zijn, in elk geval wanneer het muziek betreft die door de Chapel Royal gezongen werd. Dit aspect krijgt wellicht niet de aandacht die het verdient. Voordeel van een kleinere bezetting is de betere tekstverstaanbaarheid en een subtielere behandeling van de dynamiek. Dat was hier ook het geval. Tallis’ In pace in idipsum ontving een ragfijne interpretatie die volledig recht deed aan de tekst. De – althans voor mij – eerste kennismaking met Cinquecento’s interpretatie van Engelse renaissancepolyfonie is me uitstekend bevallen.

Het avondconcert was opnieuw gewijd aan Purcell. De Gabrieli Consort & Players voerden onder leiding van Paul McCreesh twee Odes uit, die Purcell schreef voor het feest van St Cecilia, beschermheilige van de muziek. Deze twee Odes zijn sterk verschillend: het concert opende met een korte zetting uit 1683, Welcome to all the Pleasures. Daaruit is vooral de aria ‘Here the Deities approve’ bekend geworden, vaak ook los van de context gezongen. Dit is een partij voor een countertenor en wordt in ‘authentieke’ uitvoeringen doorgaans door een mannenalt gezongen. Maar voor zo’n stem ligt de partij – zoals vaker bij Purcell – iets te laag. Voor een ‘gewone’ tenor is die aan de hoge kant en dat suggereert dat Purcell wellicht een hoge tenor – zoals de Franse hautecontre – in gedachten had. Nicholas Mulroy heeft de nodige hoogte en zong deze aria prachtig, met heel mooie versieringen. Het stuk als geheel kreeg een energieke en glanzende interpretatie. Na de pauze klonk de tweede Ode, Hail, bright Cecilia uit 1692, een veel grootschaliger werk, volgens Paul McCreesh het eerste werk in Engeland waarin een volledig orkest wordt verlangd. Dat bestaat uit strijkers, blokfluiten, hobo’s en natuurlijk trompetten en pauken. McCreesh en zijn musici zorgden voor een briljante uitvoering. Mulroy schitterde opnieuw, eerst in de aria ‘Tis Nature’s Voice’. Opvallend dat waar zangers de hoogste noten vaak met volle kracht eruit persen, Mulroy deze juist zacht en heel subtiel zong. Tegen het einde hoorden we het duet ‘In vain the am’rous flute and soft guitar’, door Mulroy en Thomas Walker. Deze laatste pakte flink uit in ‘The fife, and all the harmony of war’, dat een ongewoon dramatische en felle interpretatie kreeg. Walker deed dat heel overtuigend. Er waren ook enkele soli van de bassen William Gaunt en George Humphreys; die zongen goed, maar laatstgenoemde had zijn vibrato wel wat mogen beperken. Ook mooi was de alto David Allsopp; mezzosopraan Kim Porter maakte iets minder indruk en haar stem had iets te weinig draagkracht in de grote zaal van TivoliVredenburg. In het eerste deel klonk ook nog een 20e-eeuws werk: de Hymn to Saint-Cecilia op. 27 van Benjamin Britten. Dit werk voor koor a capella werd ongetwijfeld goed gezongen; indrukwekkend was vooral de manier waarop de soms grote dynamische contrasten werden gerealiseerd. Maar het is niet mijn cup of tea. Het weerhoudt me er niet van dit concert als één van de hoogtepunten van het festival te beschouwen.

Purcell componeerde ook de laatste werken voor een gambaconsort in de Engelse geschiedenis. Dat was toen al een ouderwetse vorm. Aan het begin van de 17e eeuw deed de viool zijn intrede en die kreeg een steeds belangrijker rol. Ook in consortmuziek werden violen gebruikt, als alternatieven voor de diskantgamba. Het Canadese Ensemble Masques onder leiding van Olivier Fortin speelde een programma rond John Jenkins (TivoliVredenburg, Hertz). Hij is één van de sleutelfiguren in de Engelse muziekgeschiedenis van de 17e eeuw die zijn carrière begon toen de Engelse muziek nog door de stijl van de renaissance gestempeld werd en overleed toen die door de barok verdrongen was. In zijn oeuvre zijn deze stilistische ontwikkelingen af te lezen. Zelf speelde hij niet alleen de gamba, maar ook de viool. Er klonken drie suites voor twee violen en bc, die – hoewel deze bezetting verwijst naar de triosonate – nog sterk de trekken van de consortmuziek vertonen. Eén van de eigenschappen van de barok is de grotere aandacht voor virtuositeit in muziek voor soloinstrumenten. Christopher Simpson was één van de pioniers van het solospel op de gamba, zoals ook tot uiting komt in zijn fantasia’s over de maanden van het jaar (Fantasias the monthes), waaruit we – heel passend – September in g hoorden, met verve gespeeld door Mélisande Corriveau. Verder klonk nog de Suite nr 3 uit The Broken Consort van Matthew Locke. Dat was een nogal eigenzinnig heerschap en dat klinkt door in zijn muziek, bijvoorbeeld het gebruik van de harmonie, die vaak nogal gedurfd is, en dat was ook in deze suite het geval. Olivier Fortin speelde nog enkele korte klavecimbelsoli, daaronder A sad pavan for these distracted times van Thomas Tomkins, geschreven als reactie op de terechtstelling van Charles I. Dit concert trok – evenals gisteren het geheel aan Tomkins gewijde concert – een beperkt aantal toehoorders. De wegblijvers hebben iets moois gemist.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: