Gepost door: Johan van Veen | 8 september 2014

Festival Oude Muziek Utrecht 2014 – nabeschouwing

Voorafgaand aan het slotconcert, dat ik via NPO Radio 4 beluisterde, deelde festivaldirecteur Xavier Vandamme mee dat het aantal bezoekers opnieuw hoger was dan vorig jaar. Dat verbaasde me enigszins, want ik heb in diverse concerten nogal wat lege plaatsen gezien. De Lutherse kerk was tijdens de serie ‘klaviertijgers’ geen enkele keer helemaal bezet. Bij sommige concerten was het aantal bezoekers zelfs nogal schamel. Er is dus wellicht ruimte voor verdere groei, al moet je betwijfelen of het aantal liefhebbers van oude muziek verder zal toenemen. Ik zie tijdens het reguliere seizoen vooral veel grijze en kale hoofden en relatief weinig mensen van middelbare leeftijd, laat staan jongeren. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn, zoals drukke werkzaamheden en – vooral bij jongeren – gebrek aan financiële middelen. Niettemin lijkt het me belangrijk enige zendingsarbeid te verrichten. NPO Radio 4 helpt niet echt mee, want al werden de meeste avondconcerten rechtstreeks uitgezonden, een groot deel van de overige concerten is door de Concertzender opgenomen die in grote delen van Nederland niet of niet optimaal te ontvangen is. En ik heb moeten constateren dat gedurende 2014 het aantal uitzendingen van concerten met oude muziek op Radio 4 sterk is afgenomen. Tijdens de Zomeravondconcerten werd vrijwel geen enkel concert met oude muziek uitgezonden. Daar zou de Organisatie Oude Muziek zich wellicht eens mee bezig kunnen gaan houden.

Voor de verbreiding van de oude muziek zijn gratis toegankelijke concerten van groot belang, juist om diegenen te bereiken die niet zo vertrouwd zijn met oude muziek of diegenen die over weinig financiële middelen beschikken, toch de mogelijkheid te geven daarvan te genieten. Ook de terugkeer van het lunchconcert is verheugend. Daar kwamen vroeger – in het ‘oude’ Muziekcentrum – altijd veel mensen op af. Hoe dat nu was weet ik niet; ik heb er geen enkele kunnen horen, want bij de programmering was geen rekening gehouden met de overlap in tijd. Als een concert om één uur begint, kun je het lunchconcert van half één niet bezoeken. Het zou mooi zijn als daarvoor een oplossing zou worden gezocht. Nieuw waren de concerten om elf uur; ik heb er twee bijgewoond, die beide niet echt goed bezocht werden. Misschien is dit toch iets te vroeg, zeker voor degenen die de avond tevoren naar het concert van half elf zijn geweest. Bovendien wordt het op die manier vrijwel onmogelijk nog eens een fringeconcert te bezoeken, en dat is eigenlijk jammer, want daar valt vaak veel interessants te beleven.

Over het artistieke niveau kan ik kort zijn. Er verschenen enkele zure recensies. Er is niets tegen kritiek, maar die zou wel goed beargumenteerd moeten zijn en zou ook op een wat minder chagrijnige manier geformuleerd kunnen worden. Ik deel de kritiek niet. In mijn dagboek heb ik hier en daar kritische kanttekeningen geplaatst, maar over het geheel ben ik over het niveau, zowel van de muziek als van de uitvoeringen, bijzonder goed te spreken. Het grootste minpunt was, wat mij betreft, het optreden van de Tallis Scholars. Hun populariteit heb ik nooit zo goed kunnen plaatsen. Peter Phillips heeft eens in een interview gezegd dat hij niet geïnteresseerd is in de historische uitvoeringspraktijk. Dan heeft zo’n ensemble op een festival als dit eigenlijk niets te zoeken.

Wat verbetering behoeft is de verlichting. Ik doel met name op de gewoonte de hele zaal te verduisteren. Niet alleen zag ik daarvan lang niet altijd de noodzaak, het meelezen van de teksten in het programmaboek – wat vaak essentieel is om de relatie tussen tekst en muziek of inhoud en vorm te ontdekken – wordt daardoor zo goed als onmogelijk. Waarom worden ze dan afgedrukt?

Een laatste punt betreft de relatie tussen repertoire en ruimte. Dat is een dilemma tussen wat artistiek ideaal en wat financieel haalbaar is. De grote zaal van TivoliVredenburg heeft een uitstekende akoestiek en bijvoorbeeld Caldara’s oratorium San Giovanni Nepomuceno, dat maandag werd uitgevoerd, kwam hier perfect tot z’n recht. Maar de programma’s van het Huelgas Ensemble en de Tallis Scholars en ook de concerten rond Bertali en Biber zouden in een kerk beter uit de verf zijn gekomen. Maar daar staat tegenover dat kerken als de Dom en de Jacobikerk aan minder mensen plaats bieden. De laatste jaren werden dan ook elke avond twee concerten aangeboden. Dat betekent tweemaal huur en tweemaal een vergoeding voor een ensemble. En aangezien de tijden dat het financieel niet op kon, voorbij zijn – mogelijk definitief – is het wellicht onvermijdelijk muziek uit te voeren in een minder ideale ruimte. Daar zullen we dan mee moeten leven.

Volgend jaar staat muziek uit Engeland centraal. Dat kan heel interessant worden. Hopelijk horen we dan ook musici en ensembles die de Engelse renaissancemuziek op een wat andere manier benaderen dan de gevestigde grootheden als de Tallis Scholars en The Sixteen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: