Gepost door: Johan van Veen | 1 september 2014

Festival Oude Muziek Utrecht 2014 – zaterdag 30 augustus

Sinds een aantal jaren is het traditie dat een speciale concertserie wordt gewijd aan muziek voor toetsinstrumenten, meestal in de Lutherse Kerk. De intimiteit van deze kerk is daarvoor bij uitstek geschikt. Dit jaar heeft men aan deze serie de naam ‘klaviertijgers’ gegeven – enigszins merkwaardig, aangezien dit begrip gewoonlijk wordt geassocieerd met pianisten die bij voorkeur virtuoze werken uit de 19e en vroege 20e eeuw laten horen. Niet zelden staan bij hun optredens zij zelf in het middelpunt in plaats van de muziek. Dat is in de oude muziek anders – of zou dat in elk geval moeten zijn. De titel van de serie zal wel ironisch bedoeld zijn.

Nu moet gezegd worden dat het label ‘klaviertijger’ op Olga Pashchenko wel enigszins van toepassing is. Zij had de eer de serie te openen met een recital op klavecimbel en fortepiano. Ze is inmiddels afgestudeerd op beide instrumenten en bespeelt ook de viola da gamba. Kortgeleden verscheen haar eerste CD en daarop maakt ze grote indruk met haar technische vaardigheden in werken van Beethoven, Dussek en Mendelssohn. Het concert bevestigde de kwaliteiten die ze in die productie etaleert. Maar het is niet alleen de techniek die indruk maakt, ze blijkt – zowel op de CD als in het concert – ook een voortreffelijk interpreet. Ze begon haar recital met een tweetal werken van Johann Joseph Fux. Door zijn leerboek Gradus ad Parnassum, waarin hij veel nadruk legt op het belang van contrapunt, heeft hij de reputatie verworven een ouderwetse componist te zijn, wiens eigen werken het nauwelijks waard zijn uitgevoerd te worden Naarmate meer van zijn composities worden uitgevoerd en opgenomen, blijkt dat dit beeld aan revisie toe is. Niet alleen zijn die werken veel interessanter en kwalitatief beter dan men lang heeft gedacht, hij blijkt ook niet zo conservatief te zijn als zijn reputatie doet vermoeden. De Capriccio en fuga in g waarmee het programma begon, laat een vermenging van de Franse en de Italiaanse stijl zien en slaat ook een brug naar de stijl die door zijn leerlingen, met name Georg Christoph Wagenseil, werd gehanteerd. De laatste is weer een belangrijke schakel tussen de barok en de klassieke periode. In Pashchenko’s interpretatie kwamen de improvisatorische elementen goed tot hun recht. De Ciaccona in D werd met een grote mate van concentratie gespeeld, wat resulteerde in een spannende interpretatie. De klassieke stijl werd vertegenwoordigd door Mozart en Haydn. Van eerstgenoemde klonk de Fantasie en fuga in C (KV 394/383a), nu eens niet op fortepiano maar op klavecimbel gespeeld. Dat was een overtuigende keuze, ook al maakte Pashchenko van kleine cesuren gebruik om de registratie te veranderen en op die manier een zekere mate van dynamisch contrast te realiseren. De fantasie werd met veel gevoel voor drama uitgevoerd, in de fuga wist Pashchenko de afzonderlijke stemmen goed hoorbaar te maken. Van Haydn klonk de Sonate in D (H XVI,24) waarin vooral het expressief gespeelde adagio opviel. Haydn zou Haydn niet zijn als in zijn werk geen humor zou voorkomen. Dat was zeker het geval in het Capriccio in C (H XVII,4), en Pashchenko buitte dat aspect effectief uit. Van haar zullen we nog veel horen.

Enkele honderden meters scheiden de Lutherse Kerk van de St. Willibrordkerk, maar vandaag lagen daar werelden tussen. Het is een grote stap van Mozart en Haydn naar de vroege geschiedenis van de Habsburgse dynastie. Het Tsjechische Tiburtina Ensemble, onder leiding van Barbora Sojková, bracht het talrijke publiek naar de jaren ’70 en ’80 van de 13e eeuw, toen Wenceslaus II koning van Bohemen werd na de dood van zijn vader, Ottokar II. In 1283 arriveerde hij in Praag, twee jaar later trouwde hij met Judith van Habsburg. In 1297 werd Wenceslaus gekroond, maar slechts enkele dagen nadien werden de uitgebreide feestelijkheden wreed verstoord door de plotselinge dood van Judith. Deze roerige jaren werden in het concert muzikaal geïllustreerd. Geopend werd met een klaagzang over de dood van Ottokar en eindige met klaagzangen over de dood van Judith. Het programma was een mengeling van stukken in de volkstaal en liturgische gezangen in het Latijn. Opvallend was de uitvoering van stukken in het Duits van componisten als Heinrich von Meissen – ook bekend als Frauenlob -, Walther von der Vogelweide en Neidhart von Reuenthal. Dat laat zich daaruit verklaren dat hun liederen ook in Bohemen bekend waren. Uiteraard is een programma als dit in zekere mate speculatief: we weten lang niet altijd voor welke gelegenheid een werk werd gecomponeerd of wanneer en waar een stuk werd uitgevoerd. Zulke programma’s zouden in elk geval plausibel moeten zijn, dat wil zeggen dat de gekozen werken zouden kunnen zijn gezongen of gespeeld. Dat was hier zeker het geval, voorzover je dat als leek kunt vaststellen. Het programma was op een intelligente en logische manier opgebouwd en werd door de zangeressen van het Tirburtina Ensemble op voortreffelijke wijze uitgevoerd. Instrumentale bijdragen waren er van Thomas Wimmer op vedel, terwijl Barbora Sojková en Hana Blaziková niet alleen zongen, maar ook de harp bespeelden. Dit buitengewoon boeiende concert bracht de luisteraar in kennis met een deel van de Europese (muziek)geschiedenis, dat althans in onze contreien nauwelijks bekend is.

Bij het volgende concert werd een latere fase in de geschiedenis van de Habsburgse dynastie belicht. In de Pieterskerk trad Per-Sonat onder leiding van Sabine Lutzenberger op. Het programma bestond uit stukken die waren opgenomen in het Augsburger Liederbuch. Keizer Maximiliaan II had een nauwe band met Augsburg vanwege zijn afhankelijkheid van de familie Fugger, een rijke dynastie van handelaren die zijn politieke, militaire en artistieke ambities mede financierden en zo ook grote politieke invloed konden uitoefenen. We hoorden stukken van diverse componisten die destijds de toon aangaven, zoals Josquin Desprez, Alexander Agricola, Ludwig Senfl en Heinrich Isaac. Er klonken zowel religieuze als wereldlijke werken. Opmerkelijk waren enkele instrumentale stukken – in die tijd was puur instrumentale muziek relatief zeldzaam, afgezien van werken voor een toetsinstrument of luit. De meeste composities werden in een combinatie van stemmen en instrumenten uitgevoerd, wat historisch gezien zeker plausibel is. Het ensemble zong en speelde goed en eigenlijk was er niets op aan te merken. Toch kon het me niet bijzonder boeien. Op het moment zelf kon ik er niet precies de vinger op leggen wat er aan ontbrak. Nu ik deze regels schrijf – op de vroege maandagmorgen – vermoed ik dat er twee redenen zijn. De eerste is dat het geheel wat stijfjes klonk, met weinig Schwung. Ik wil niet suggereren dat de muziek ‘opgeleukt’ moet worden, maar wel dat de musici zich wat meer vrijheden in de voordracht – binnen de grenzen van wat historisch en stilistisch verantwoord is – hadden mogen veroorloven. Het tweede aspect lijkt me de balans binnen het ensemble te zijn. Ik vond de stemmen niet bijzonder goed bij elkaar passen: het ontbrak aan echte eenheid. Bovendien was het soms alsof de stemmen door de instrumenten begeleid werden. Maar in dit repertoire zijn alle stemmen in principe gelijkwaardig. De zangers domineerden de instrumenten en dat is niet de bedoeling.

Naar het optreden van het Huelgas Ensemble in TivoliVredenburg had ik bijzonder uitgekeken. Niet alleen is elk concert van dit ensemble een belevenis, de componist Jacobus Gallus (of Handl) intrigeerde me. Weliswaar is hij niet geheel onbekend en had ik eerder werk van hem gehoord, maar zijn naam komt niet vaak op concertprogramma’s voor en ook op CD is hij niet bijzonder goed vertegenwoordigd. Dat valt eens te meer op wanneer hij met zijn tijdgenoot Lassus wordt vergeleken, zoals in de titel van het concert: “de Sloveense Lassus”. Het programma begon met enkele motetten waarin zich zowel elementen van de Franco-Vlaamse school als de Venetiaanse meerkorigheid manifesteren. Het laatste kwam in het eerste stuk tot uitdrukking: in Media vita staan twee koorgroepen tegenover elkaar en wisselen elkaar af. O veneranda Trinitas begon met alleen mannenstemmen. Voordat het stuk werd afgesloten met de laatste regel werd het geheel herhaald, nu met een bovenstem, gezongen door drie zangeressen op een hoger gelegen gaanderij achter het podium. Het was één van de stukken waarin Paul Van Nevel elementen in de muziek door een bepaalde ‘choreografie’ onderstreepte. Dat was vooral in de motetten na de pauze het geval. In Quid ploras mulier ontwikkelt zich een soort van dialoog tussen twee koorgroepen: in elke regel wordt het laatste woord – of een deel ervan – van de eerste beantwoord door de tweede. In de vroege 17e eeuw zou dit procédé in de opera vaak worden toegepast. Het ‘antwoordkoor’ zat in een kring, de overige zangers stonden om hen heen. Of iedereen in de zaal dit subtiele vraag- en antwoordspel heeft kunnen horen, is de vraag. Bijzonder was ook Homo quidem, helemaal opgebouwd uit canons. Was het om die reden dat op een bepaald moment de zangers in een kring om elkaar heen liepen? In een canon loopt de ene stem immers ook de andere achterna. Mirabile mysterium was het merkwaardigste werk en om die reden Gallus’ bekendste. Zijn experimenteren met harmonie resulteert in een stuk dat grenst aan atonaliteit. Zo bont heeft zelfs Gesualdo het niet gemaakt. Een reden kon ik in de tekst niet ontdekken. De vergelijking met Lassus is vooral terzake door de manier waarop Gallus met de tekst omgaat. Daarvan waren verschillende voorbeelden te horen. Turpe sequi casum was één van drie motetten op een wereldlijke, klassieke tekst, in dit geval van Ovidius. “Schandelijk is het om mee te draaien met het toeval”, zo luidt de eerste zin. Hierin treedt een opvallende versnelling in het tempo op. Is dat een uitbeelding van het rad van fortuin? In Hodie Christus natus est zit een herhaalde cirkelende figuur op de tekst “vandaag zingen de engelen op aarde”. Ik moest direct denken aan dat kerstlied “Engelkens door het luchtruim zwevend” – een traditionele voorstelling van de engelenzang in de kerstnacht (die overigens niet strookt met het bijbelverhaal, maar dat laat ik nu maar zitten). Heel expressief was de herhaling van “noli tardare” (draal niet) in Utinam dirumperes. Het Huelgas Ensemble zong voortreffelijk – ondanks enkele wankele inzetten – in steeds verschillende combinaties van stemmen. Persoonlijk hoor ik dit repertoire liever in een ruimere akoestiek; anderzijds kwamen nu wellicht details aan de oppervlakte die in bijvoorbeeld de Dom verloren zouden zijn gegaan. In elk geval werd Gallus op een overtuigende manier op de kaart gezet. Misschien ligt er een mooie taak voor dit festival in een volgend jaar aan hem wat meer aandacht te besteden.

Mijn laatste concert was om middernacht, met het Ricercar Consort – in dit geval slechts bestaande uit gambist Philippe Pierlot en harpiste Giovanna Pessi – en de sopraan Céline Scheen. Op het programma stond Italiaanse muziek zoals die aan het hof van Ferdinand III in Wenen kan zijn uitgevoerd. Giovanni Felice Sances en Antonio Bertali zijn namen waarvoor je je nachtrust wel even wilt uitstellen. Daarnaast wilde ik de gelegenheid Céline Scheen te horen, niet voorbij laten gaan. Ze is ongetwijfeld één van de beste sopranen in de oude muziek van dit moment, en dit repertoire past haar als een handschoen. Technisch stelt het hoge eisen, bijvoorbeeld op het vlak van de versieringen, en Scheen voldoet daaraan moeiteloos. Ze heeft een heel heldere, uiterst flexibele stem, die in dit repertoire noodzakelijk is. Nu zijn er meer zangers en zangeressen die over de vereiste kwaliteiten beschikken. Maar een zanger moet ook het goede temperament hebben. Door de jaren heen heb ik veel opnamen met dit zulk repertoire gehoord, waaraan technisch niets mankeert, maar die levenloos en expressieloos zijn. Daarvoor hoef je bij Céline Scheen niet bang te zijn. Op expressief gebied haalt ze alles uit de muziek wat erin zit. Haar benadering past naadloos bij die van Pierlot en zijn collega’s, die hun repertoire zorgvuldig uitkiezen en daarin dan de onderste steen naar boven halen. Het was een prachtig concert om de avond – en de eerste week van het festival – te besluiten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: