Gepost door: Johan van Veen | 23 augustus 2013

Festival Oude Muziek Utrecht 2013 – vrijdag 23 augustus

Voor velen is het een hoogtepunt in het jaar: het Festival Oude Muziek Utrecht. Ondanks de financiële perikelen waarmee het festival geconfronteerd wordt, staat ook dit jaar weer een groot aantal concerten en andere evenementen op het programma. Aan het begin van het openingsconcert kon Xavier Vandamme meedelen dat de vermindering van de subsidie van de landelijke overheid in elk geval voor een deel kon worden gecompenseerd, onder andere door de steun vanuit het publiek. Het festival heeft een stevig draagvlak, dat is wel duidelijk.

Dat blijkt ook uit de grote opkomst bij het openingsconcert. Probleem daarbij is dat elke ruimte, waar dit concert moet plaatsvinden bij gebrek aan een grote concertzaal, een relatief beperkte capaciteit heeft. Om niet veel belangstellenden teleur te moeten stellen, heeft men vorig jaar voor het eerst een concept gekozen dat het probleem enigszins moet ondervangen. Het openingsconcert is beperkt in lengte en wordt tweemaal uitgevoerd. Het publiek wordt op die manier in tweeën geknipt: de ene helft kan in de Domkerk naar het openingsconcert luisteren, de andere helft verspreidt zich over de stad, waar in verschillende particuliere huizen salonconcerten plaatsvinden.

Vorig jaar heb ik dat aan me voorbij laten gaan. Het programma van de salonconcerten is niet van tevoren bekend. Het is dus een verrassing wat je te horen krijgt. Nu heb ik het niet zo op verrassingen. Je zult maar in een concert terechtkomen waar iemand meent oude en moderne muziek te moeten mixen. Maar ik had geluk. Ik kwam in een mooi pand aan de Nieuwegracht, waar de klaveciniste Ursula Dütschler acte de présence gaf. Ze speelde een suite van Froberger en twee sonates van Domenico Scarlatti. Het concert was vooral daarom interessant omdat ze twee sonates van Johann Wilhelm Hertel speelde. Die maken deel uit van een serie van zes, die niet lang geleden werden ontdekt. Hertel is een weinig bekende componist van de generatie van de zonen van Bach en is vrijwel geheel in de schaduw van zijn beroemdere tijdgenoten gebleven. Dat is niet terecht, zoals deze twee sonates bewezen. Elementen van de Scarlatti-stijl en ook kenmerken van de Empfindsamkeit en de Sturm und Drang zijn hier duidelijk aanwezig. Wanneer de overige sonates van dezelfde kwaliteit zijn, is er alle reden met belangstelling uit te kijken naar de CD-opname die Ursula Dütschler van de zes sonates heeft gemaakt.

Dat was het tweede deel van de avond. In het eerste deel werd ik in de Domkerk verwacht, waar één van de weinige vocale werken van Georg Muffat werd uitgevoerd. Hij is één van de componisten, die in dit festival centraal staan. Dat bevalt me zeer, want hij behoort tot mijn favoriete componisten. Zijn instrumentale muziek heeft een bijzonder karakter dat steeds weer boeit. Dat hij op vocaal gebied niet onderdoet voor zijn tijdgenoten, liet de Missa in labore requies zien, een groots 24-stemmig werk, waarin zinken, trompetten en trombones een belangrijke rol spelen. Muffat bleek bedreven in het muzikaal uitbeelden van teksten, zoals bijvoorbeeld in het Crucifixus, waar hij de harmonie gebruikt om de inhoud van de tekst over te brengen. Zeer effectief is het spelen met dempers door de blazers in bepaalde passages. Ook ritmisch is het een vaak verrassend werk, bijvoorbeeld in het Sanctus, dat met een prachtig wiegend ritme begint.

Eén van de redenen waarom ik – in tegenstelling tot vorig jaar – besloot dit keer het openingsconcert bij te wonen, was het optreden van de St. Florianer Sängerknaben, die ik door CD-opnamen heb leren kennen als een uitstekend koor. De leider van het instrumentaal ensemble Ars Antiqua Austria, Gunar Letzbor – in dit concert in de rol van dirigent – werkt vaak met dit koor en dat is te begrijpen. De jonge zangers van dit ensemble zijn ook bedreven in het zingen van solopartijen. Dat kwam ook in dit concert tot uitdrukking. Problematisch was wel de akoestiek: of de bezoekers achterin de kerk alles gehoord hebben, waag ik te betwijfelen. Het is duidelijk dat de inzet van een ensemble van jongens- en mannenstemmen uit historisch oogpunt de voorkeur verdient. In dit geval leidde het ook in muzikaal opzicht tot een overtuigend resultaat. De blazers mogen hier speciaal vermeld worden: de altijd lastige natuurtrompetten en zinken werden voortreffelijk tot klinken gebracht.

Kortom, een mooie en veelbelovende opening van het festival.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: