Gepost door: Johan van Veen | 3 september 2012

Festival Oude Muziek Utrecht 2012 – zaterdag 1 september

Zaterdag was voor mij de laatste dag met slechts twee concerten. Om diverse redenen besloot ik de uitvoering van Bachs Matthäus-Passion onder leiding van René Jacobs de laten voor wat die was. In de Pieterskerk werd nog een keer het muzikale en religieuze klimaat van de 17e eeuw in Duitsland belicht, dat mede de voedingsbodem vormt voor het religieuze oeuvre van Bach. Le Parlement de Musique onder leiding van Martin Gester wisselde vocale werken af met instrumentale composities van Buxtehude en Rosenmüller. Deze kwamen er niet zo heel goed vanaf, vooral vanwege de weinig gedifferentieerde en wat vlakke interpretaties van de twee violistes en de gambiste. Dit soort muziek heb ik in heel wat spannender uitvoeringen gehoord. Het vocale oeuvre dat in de 17e eeuw in Duitsland is ontstaan is omvangrijk; het is niet meer dan logisch dat in een tijdsbestek van 10 dagen allerlei componisten niet eens aan bod komen. In dit concert hoorden we twee stukken van componisten die nog niet eerder voorbij gekomen waren: Valentin Meder en Samuel Capricornus. Van laatstgenoemde klonk het geestelijk concert Jesu, nostra redemptio, op een tekst in zes strofen, voor een solostem en bc, met een obligate partij voor de gamba. Die speelt een lange inleiding en na het tweede couplet nog eens een ritornello. Emmanuelle Guigues speelde deze partij goed. Soliste in de vocale werken was Eugénie Warnier, die vooral bekend is als operazangeres. Dat kan een voordeel zijn in stukken die door de Italiaanse stijl beïnvloed zijn, zoals met een groot deel van het Duitse religieuze repertoire van de 17e eeuw het geval is. Er was zeker sprake van een bepaalde mate van expressiviteit, maar uit stilistisch oogpunt was haar optreden minder overtuigend. Het openingswerk, Buxtehudes cantate O dulcis Jesu, heeft een sterk piëtistisch karakter, dat vraagt om enige terughoudendheid, maar tegelijk een soort van verinnerlijkte tekstexpressie. Die kwam er niet uit. De tekst was vaak ook nauwelijks te verstaan. De boetepsalm Ach Herr, strafe mich nicht van Valentin Meder vraagt om een meer dramatische benadering. Dat lukte wel, maar nu begon Eugénie Warniers stem flink te wapperen. Buxtehudes cantate Herr, wenn ich nur dich habe kwam vrij goed uit de verf, hoewel de instrumentale partijen ook nu wat vlak waren. Al met al een weinig bevredigend concert.

Het laatste concert dat ik bezocht was het optreden van het Ensemble Clément Janequin onder leiding van Dominique Visse. Het programma had als titel “Franse chansons uit Nederlandse bronnen”. Die ‘Nederlandse bronnen’ zijn vooral Zuidnederlandse: verschillende uitgaven die in Antwerpen of Leuven werden gedrukt. De enige uitzondering was de bundel met Rimes françoises et italiennes van Sweelinck, die in Leiden werd gepubliceerd. Naast Sweelinck waren Claude Le Jeune, Thomas Crecquillon, Clément Janequin, Jacobus Clemens non Papa en Nicolas Gombert vertegenwoordigd. Verder klonk een anoniem overgeleverd chanson alsmede een werk van de nauwelijks bekende Christianus de Hollandre. Veel chansons hebben een amoureus karakter; daarnaast zijn er satirische chansons en de in de Franse renaissancemuziek onvermijdelijke jachtscènes, dit keer van Gombert, een componist die we vooral kennen van serieuze missen en motetten. Overigens is het gehalte van teksten van sommige chansons dusdanig dat men die beter in de archieven zou kunnen laten liggen. Het ensemble zorgt altijd voor zeer beeldende en levendige uitvoeringen en dat was nu ook het geval. In de chansons van Sweelinck werd duidelijk dat de interpretatie van dit ensemble sterk verschilt van die van het Gesualdo Consort Amsterdam. De manier van zingen is veel meer gebaseerd op lange lijnen, die grotendeels legato worden gezongen. De tekst krijgt veel minder aandacht dan bij het Gesualdo Consort. Tussen de chansons klonken enkele klavierwerken van Sweelinck, uitgevoerd op orgel of klavecimbel, soms in combinatie met de luit. Als toegift klonk de Déploration sur la mort de Johannes Ockeghem van Josquin Desprez, wat mij betreft het mooiste werk van het concert en een mooie afsluiting van mijn festival.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: