Gepost door: Johan van Veen | 1 september 2011

Festival Oude Muziek Utrecht 2011 – woensdag 31 augustus

De laatste dag van augustus begon met een aflevering in de serie met klavecimbelmuziek in de Lutherse Kerk. De Franse klavecinist Jean-Marc Aymes wijdde zich aan Frescobaldi en twee van zijn navolgers, Froberger en Michelangelo Rossi. Dat Frescobaldi grote invloed op navolgende generaties heeft gehad is genoegzaam bekend, maar zijn eigen inspiratiebronnen zijn dat veel minder. Het was dus een goede gedachte met twee daarvan te beginnen: Giovanni de Macque en Luzzasco Luzzaschi. De laatste heeft weliswaar geen muziek voor toetsinstrumenten nagelaten, zijn composities hebben Frescobaldi naar eigen zeggen sterk beïnvloed. Aymes speelde een transcriptie van één van Luzzaschi’s madrigalen, een toentertijd frequent procedé. Dat blijkt ook uit een transcriptie van Cipriano de Rore’s madrigaal Ancor che col partire van Ercole Pasquini, wiens muziek sterk verwant is aan die van Frescobaldi. Naast deze transcriptie speelde Aymes nog twee andere stukken van hem. Hij bleek een gedreven musicus, die spannende vertolkingen van het gekozen repertoire ten beste gaf. Eén van de hoogtepunten waren de Partite sopra Ruggiero van Frescobaldi, helaas niet compleet uitgevoerd. Hij was niet bang om eens flink uit te pakken, zoals in de Capriccio sopra la Battaglia. Alles bij elkaar een mooi en gevarieerd programma, dat prachtig werd gespeeld.

Eén van de subthema’s van het festival is de muziek van Corelli. Een aantal ensembles was gevraagd een keuze te maken uit de vier bundels met triosonates die Corelli heeft gecomponeerd. Nadat La Dolcezza zich had beziggehouden met opus 1 (maandag) en Gli Incogniti met opus 2 (dinsdag – niet bijgewoond) wijdde het Ensemble Aurora onder leiding van Enrico Gatti zich aan het opus 3. Dit ensemble heeft de complete triosonates al eens op CD vastgelegd en kent de muziek dus van binnen en van buiten. Waar La Dolcezza koos voor een lyrische, intieme benadering onderstreepten Gatti en zijn collega’s vooral de contrasten en de dramatische aspecten, die bij Corelli minder geprononceerd zijn dan bij andere componisten, maar daarom nog wel aanwezig. Dat kwam in de interpretaties van het Ensemble Aurora goed uit de verf. Er werd op het scherp van de snede gemusiceerd, met behoorlijke dynamische contrasten. Interessant waren de collega’s van Corelli, die in dit concert aan het woord kwamen: Carlo Ambrogio Lonati, Carlo Mannelli en Alessandro Stradella. Van laatstgenoemde klonk een Sinfonia voor viool, cello en bc. Alle drie werken zijn fraaie composities en de componisten verdienen meer aandacht dan ze krijgen.

Het andere grote subthema is Palestrina. Gestreefd wordt naar een nieuwe visie op zijn muziek, mede aan de hand van een nieuwe uitgave die bezig is te verschijnen. In de voorbeschouwingen werd met name aandacht besteed aan de geplande complete opname, waarin Diego Fasolis het koor van de Italiaanstalige omroep van Zwitserland dirigeert. Inmiddels is het eerste doosje verschenen; bezoekers konden het na het concert aanschaffen. In de Pieterskerk werden de Missa De beata Virgine en enkele Mariamotetten uitgevoerd, afgewisseld met enkele Ricercari voor orgel. Was Fasolis’ uitvoering nu de nieuwe benadering waar we op zitten te wachten? Vooralsnog ben ik daar niet van overtuigd. Ik blijf vraagtekens zetten achter de omvang van het ensemble, net zoals in het geval van The Sixteen: is een koor van 19 zangers het ideale medium voor Palestrina’s muziek? En dan ook nog eens een echt ‘koor’, in de ‘moderne’ samenstelling van sopraan, alt, tenor en bas, met een echte dirigent ervoor. Zou een benadering, zoals vroeger werd gepractiseerd door de Cappella Pratensis, historisch niet plausibeler zijn: enkele zangers rondom een groot koorboek, luisterend naar elkaar en zich aan elkaar aanpassend, onder leiding van één van de zangers? Dat doet niets af aan de grote kwaliteiten van dit koor, die in dit concert goed tot uiting kwamen. Van de Palestrina-concerten die ik hoorde, was dit ongetwijfeld één van de beste. De gewoonte het slotakkoord wat uit te rekken was overigens wat stereotiep. Maar wellicht was dat een manier om de akoestiek van de kerk te benutten. Volgens een mededeling voorafgaand aan het concert stond het ensemble om die reden ook in het hoge koor van de kerk. Maar het effect daarvan was beperkt: van de beweerde 12 seconden weergalm bleven er hooguit 3 à 4 over. Er is een flink verschil tussen een lege en een volle kerk; dat was iemand blijkbaar ontgaan.

Ook in het avondconcert in de Jacobikerk klonk Palestrina. Enkele van zijn werken werden ten gehore gebracht in een programma dat Concerto Palatino onder leiding van Bruce Dickey aan Frescobaldi’s Missa La Monica wijdde. Deze mis kwam in het tweede deel tot klinken. Voor de pauze klonk het anonieme lied waarop Frescobaldi zijn mis baseerde – gezongen door alto Alex Potter – en Frescobaldi’s Partite sopra la Monica, op het grote orgel gespeeld door Leo van Doeselaar. Verder klonken instrumentale stukken, o.a. de Canzon sopra la Monica van Ottavio Bargnani en vocale werken van Palestrina en Frescobaldi. Bijzonder was Palestrina’s Nigra sum: een vocaal-instrumentale uitvoering werd gevolgd door diminuties van en gespeeld door Bruce Dickey, die nog eens bewees een ware grootmeester op de zink te zijn. Bij mijn verslag van het concert van Graindelavoix (dinsdag) trok ik het gebruik van instrumenten in Palestrina’s muziek in twijfel. Hier was dit veel minder een probleem. Het verschil is dat Graindelavoix Palestrina’s muziek duidelijk in zijn eigen tijd plaatste. Hier werd Palestrina in een nieuwere tijd geplaatst, naast Frescobaldi. Het is heel plausibel dat men in zijn tijd Palestrina met instrumenten als zinken en trombones uitvoerde. Na de pauze klonk dan de mis; de verschillende onderdelen daarvan werden afgewisseld met instrumentale stukken en een motet; het concert werd besloten, zoals het begon: met een 12-stemmig motet van Palestrina. Het was een indrukwekkend concert, zowel door de opbouw van het programma en de muziek zelf als door de uitvoering van Concerto Palatino. Zowel vocaal als instrumentaal was het een uitvoering op hoog niveau. De akoestiek van de Jacobikerk is perfect voor dit repertoire. Ook dit concert kan tot de hoogtepunten van het festival worden gerekend.

In mijn dagboek van woensdag vroeg ik me af of de relatief beperkte belangstelling voor de madrigaalconcerten van La Compagnia del Madrigale te maken had met de relatieve onbekendheid van het ensemble of de beperkte belangstelling voor het madrigaal. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden. In de Geertekerk trad het Gesualdo Consort Amsterdam onder leiding van Harry van der Kamp op. De kerk was duidelijk beter bezet dan de vorige twee dagen, maar desondanks zeker niet helemaal gevuld. Maar wellicht heeft dat ook met het tijdstip te maken: vooral voor bezoekers die nog met de trein naar huis moeten, is het tijdstip (22.30 uur) niet ideaal. Het ensemble wijdde zich aan madrigalen van Palestrina en diens leerlingen en opvolgers. Daaronder waren enkele weinig bekende namen, zoals Ruggiero Giovanelli, Antonio Cifra en Lodovico Cenci. Daarnaast klonken ook madrigalen van Nanino, Marenzio, Frescobaldi, d’India, Michelangelo Rossi en Mazzocchi. Een aantal daarvan zijn behoorlijk heftig in de muzikale uitbeelding van in de tekst uitgedrukte emoties. Je kunt het aan Harry van der Kamp en zijn collega’s overlaten om het onderste uit de kan te halen. De samenklank, de kleuring van de stemmen en de dynamiek zijn allemaal afgestemd op een optimale uitbeelding van de tekst. Zoals zo vaak weet Van der Kamp origineel repertoire boven water te halen. Zeker het laatste stuk was een trouvaille, het nogal bizarre Cadea dal alto ciel van Lodovico Cenci. Puur muzikaal gezien geef ik de voorkeur aan de madrigalen van bijvoorbeeld d’India en Rossi, die bijzonder indringend werden uitgevoerd. De madrigalen werden enkele malen onderbroken door Pieter-Jan Belder, die op klavecimbel stukken van Frescobaldi uitvoerde en twee madrigaaltranscripties uit het tabulatuurboek van Bernhard Schmid d.J. (1607). Ze dienden niet als adempauzes, maar onderstreepten de relatie tussen de verschillende genres, in dit geval tussen madrigaal en klaviermuziek.
Dit concert was de waardige afsluiting van een mooie dag op het festival.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: