Gepost door: Johan van Veen | 22 november 2010

Vivaldi à Grande Vitesse

De opkomst van de historische uitvoeringspraktijk leidde niet alleen tot grote wijzigingen in de manier waarop de muziek van de 18e eeuw werd uitgevoerd. Op concertprogramma’s en opnamen verschenen ook namen van componisten wier werken tot dan toe in de archieven lagen te verstoffen. Dat geldt niet voor Antonio Vivaldi: zijn muziek was al voor die tijd bekend. Een Italiaans ensemble als I Musici heeft zich daar altijd voor ingezet. En Claudio Scimone deed met zijn ensemble I Solisti Veneti ook een duit in het zakje. Ensembles in andere landen volgden, zoals de Academy of St. Martin-in-the-Fields.

Maar door uitvoeringen van Vivaldi’s muziek op oude instrumenten kwamen de Italianen op een zijspoor te staan. Hun uitvoeringen werden minder geapprecieerd, en in plaats daarvan kregen we een stortvloed aan opnamen van vooral Engelse ensembles als de Academy of Ancient Music en The English Concert. Dat veranderde weliswaar het beeld van Vivaldi, maar leidde niet tot een fundamenteel nieuwe visie. Daarvoor waren die uitvoeringen vaak toch te vlak en te weinig theatraal.

De grote revolutie – want zo mag je dat toch wel noemen – kwam toen de historische uitvoeringspraktijk in Italië wortel begon te schieten. Ensembles als Concerto Italiano, Europa Galante en Il Giardino Armonico lieten een heel andere Vivaldi horen. Daarbij hadden ze één voorbeeld van buiten Italië: Nikolaus Harnoncourt, die met zijn Concentus musicus Wien al eens had laten horen hoe groot de dramatiek in Vivaldi’s muziek is, onder andere met een opname van de Vier Jaargetijden.

Inmiddels is de Italiaanse benadering van Vivaldi – en andere Italiaanse componisten – geheel ingeburgerd. Aan de gepassioneerde, contrastrijke en theatrale stijl van uitvoeren van dat repertoire zijn we nu wel gewend. Die wordt inmiddels elders ook geïmiteerd, en de wat afstandelijke, ‘keurige’ stijl waarin de Engelsen Vivaldi uitvoerden, wordt minder op prijs gesteld.

Die appreciatie van de ‘Italiaanse stijl’ is begrijpelijk en terecht, maar soms ook nogal onkritisch. Het is niet allemaal goud wat er blinkt, en tussen al het koren van de vele opnamen met Vivaldi’s muziek zit nog wel eens wat kaf. Niet alle Italiaanse ensembles hebben het niveau van Concerto Italiano of Europa Galante. En soms worden de op zichzelf goede uitgangspunten op zo’n manier gehanteerd dat Vivaldi’s muziek tot een karikatuur wordt gemaakt.

Dat is bijvoorbeeld het geval met een CD die ik kortgeleden beluisterde. Die is gewijd aan aria’s die Vivaldi schreef voor tenor. Op zichzelf is dat al opmerkelijk, want de barok had een uitgesproken voorkeur voor hoge stemmen. In de opera’s van Händel bijvoorbeeld zijn alle belangrijke rollen voor sopranen en alten, en dat waren in zijn tijd vaak castraten. Dat waren de grote sterren in de opera, en ook daarbuiten. De esthetische voorkeur voor hoge stemmen bleef niet tot de opera beperkt: ook kamercantates zijn meestal voor sopranen gecomponeerd. Vanuit dat perspectief is een programma met tenoraria’s opmerkelijk.

Vivaldi schijnt daarvoor een voorliefde gehad te hebben, want in de programmatoelichting wordt meegedeeld dat hij speciaal op zoek ging naar tenoren die in zijn opera’s zouden kunnen optreden. Door de jaren heen hebben verschillende tenoren van naam in zijn opera’s gezongen, en in zijn schrijfwijze hield Vivaldi rekening met de karakteristieken van hun stem.

Dat had dus tot een heel mooi programma kunnen leiden. Maar dat valt in de praktijk nogal tegen. De in Australië uit Finse ouders geboren Topi Lehtipuu is nog niet zo heel erg bekend, maar heeft toch al een mooie carrière opgebouwd in zowel de oude als de hedendaagse muziek. Hij heeft ook opnamen gemaakt, o.a. met Emmanuelle Haïm. Afgaande op wat ik tot nu toe heb gehoord, ben ik van zijn kwaliteiten op het gebied van de interpretatie van oude muziek niet erg onder de indruk. Technisch is zijn Vivaldi-opname indrukwekkend, want met alle capriolen die Vivaldi zijn zangers liet uithalen heeft hij geen enkele moeite.

Wat ik een probleem vind is zijn voortdurende vibrato. Dat is geheel in strijd met wat we weten over de manier waarop vibrato in de barok werd gebruikt. Nog problematischer is zijn gebrek aan differentiatie. Er zijn te weinig dynamische nuances: alle noten krijgen dezelfde nadruk. En hij zingt meestal ook nogal luid. Dat is op den duur behoorlijk vermoeiend. Enkele aria’s zijn geschreven voor een tenor die bekend stond om zijn elegante wijze van zingen. Daar vind ik in Lehtipuu’s interpretatie maar weinig van terug. Enkele wat intiemere aria’s zijn nog wel aardig gelukt en de meest dramatische kunnen er soms ook mee door. Maar juist in het gebied dat ertussen zit is de nuance zoek. Van een echte weergave van de tekst – en dat is ook in Vivaldi’s opera’s cruciaal – komt weinig terecht.

I Barocchisti doen onder leiding van Diego Fasolis ook een flinke duit in het zakje. Er wordt vooral (heel) luid en (heel) snel gespeeld. En als ze zich even inhouden, duurt dat meestal niet lang. Het lijkt wel alsof ze voortdurend op de hoogste versnelling spelen. Ronduit lelijk is het wanneer voor de laatste noot een pauze wordt ingelast om dan het slotakkoord met een harde klap eruit te gooien.

Vivaldi à Grande Vitesse: dat is een karikatuur van ’s mans muziek. De eenzijdigheid en oppervlakkigheid die oudere uitvoeringen van Vivaldi kenmerkten, komen hier in een andere gedaante terug. Met opnamen als deze wordt zijn muziek geen dienst bewezen.

Vivaldi: Arie per tenore
Topi Lehtipuu (tenor), I Barocchisti/Diego Fasolis
Naïve OP 30504

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: