Gepost door: Johan van Veen | 6 september 2010

Festival Oude Muziek Utrecht – nabeschouwing

Het Festival Oude Muziek Utrecht 2010 zit er op. En dus is het tijd voor een nabeschouwing.

Het was een interessant festival. Weliswaar wordt de Franse barokmuziek niet zo ondergewaardeerd als festivaldirecteur Xavier Vandamme ons wilde laten geloven, er was toch genoeg weinig bekend repertoire te ontdekken. Bovendien gaven musici en ensembles acte de présence die in elk geval in deze contreien nog niet zo bekend zijn.

Eén van de succesvolste onderdelen van het programma was de serie met klavecimbelrecitals. Daarin werd een mooi overzicht van de ontwikkeling van de Franse klavecimbelmuziek van het midden van de 17e tot het midden van de 18e eeuw gegeven. De aanwezigheid van een echt historisch instrument in de gedaante van een klavecimbel van Jean-Henry Hemsch uit 1751 maakte deze serie extra waardevol, want zulke instrumenten zijn zelden in openbare concerten te beluisteren.

De serie met Leçons de Ténèbres was op papier ook interessant. Daarin waren composities van Lalande te horen, die niet erg bekend zijn. En Mathieu Aubery, die op het programma van Il Suonar Parlante (dinsdag 31 augustus) stond, was een geheel nieuwe naam voor mij. Toch besloot ik de serie te laten lopen. Dat was niet alleen een kwestie van tijd. De organisatie had ook het onzalige idee gehad voor elk van deze concerten een hedendaags componist een stuk te laten schrijven. Dat is voor mij voldoende reden er niet heen te gaan. Dit is een festival voor oude muziek, en wie hedendaagse klanken wil horen heeft daarvoor elders voldoende gelegenheid. Ik zie niet in waarom liefhebbers van oude muziek die geen antenne voor hedendaagse muziek hebben, hiermee zouden moeten worden lastiggevallen. De reden voor het verstrekken van compositieopdrachten ontgaat me. Mijns inziens kan het budget van het festival nuttiger besteed worden.

Er is ook alle reden het verschijnsel van de artist in residence kritisch te bezien. Het lijkt me uitstekend wanneer zo’n status wordt toegekend aan een musicus, die zijn sporen in de oude muziek ruimschoots heeft verdiend. Philippe Pierlot was dus een uitstekende keuze voor deze titel. Wieland Kuijken en Jordi Savall waren ook goede kandidaten geweest, zeker gezien het thema van het festival. Over Skip Sempé heb ik m’n twijfels. Hij loopt al een tijdje mee, maar je kunt niet beweren dat hij nu zo’n aandacht trekkende figuur op het toneel van de oude muziek is. Helemaal problematisch was de keuze van Eugénie Warnier. Ik heb haar in twee concerten gehoord en heb niet echt goede redenen kunnen vinden die haar status als artist in residence rechtvaardigden. Mijns inziens heeft de organisatie haar ook geen gunst bewezen door haar die status te verlenen. Dat brengt immers ook de druk mee zich te moeten bewijzen. Dat is voor niemand gemakkelijk, maar zeker niet voor iemand die pas aan het begin van haar carrière staat. Als er dan toch een zanger(es) artist in residence had moeten zijn, zou Roberta Invernizzi dan niet een veel betere keuze zijn geweest?

Het algemene niveau van de concerten was uitstekend. Tot de toppers moeten in elk geval de concerten van Les Arts Florissants en het aan Jean Gilles gewijde concert gerekend worden. Ook de optredens van het Ricercar Consort en Les Talens Lyriques, de concerten van La Risonanza en Roberta Invernizzi en van Wieland Kuijken c.s. behoren daartoe. Bijzondere vermeldingen verdienen ook Le Concert Spirituel met Le carnaval de Venise van Campra en zeker ook het optreden van Blandine Verlet.
Maar er waren ook zwakke plekken. Aurélien Delage mag dan worden aangeprezen als “nieuwe klavecimbelsensatie”, in zijn recital kwam dat er niet echt uit. Het concert met kamermuziek van Skip Sempé’s Capriccio Stravagante en het optreden van La Simphonie du Marais behoorden zeker niet tot de hoogtepunten van dit festival.
Waar bij Le Concert Spirituel een muziekdramatisch werk uitstekend uit de verf kwam, was dat bij Sébastien d’Hérin en zijn orkest zeker niet het geval. De manier waarop één en ander wordt gepresenteerd, mag nog wel eens kritisch bekeken worden. Het lijkt handig, die boventiteling in Vredenburg Leidsche Rijn, maar dan moet die wel goed functioneren en duidelijk leesbaar zijn. En dan nog mis je als luisteraar gedrukte teksten, zeker als de verhaallijn wat ingewikkeld is.

Zoals gezegd, op het festival gaven musici en ensembles acte de présence die hier nog niet zo bekend zijn. Daartoe behoren zeker ook Les Pages & Les Chantres du Centre de Musique Baroque de Versailles o.l.v. Olivier Schneebeli. Dat koor kende ik van CDs, maar ik had het nog nooit live gehoord. Dat was een aangename kennismaking, die om een vervolg vraagt. Maar Nederland heeft een probleem met jongenskoren of koren van jongens en meisjes als dit. Het Tölzer Knabenchor bijvoorbeeld wordt internationaal beschouwd als één van de beste jongenskoren ter wereld en heeft al veel gelauwerde opnamen gemaakt met oude muziek. Maar door het Festival Oude Muziek wordt het consequent genegeerd. Zou dat iets te maken kunnen hebben met het weinig kindvriendelijke klimaat in Nederland?

Zeer interessant was het gebruik van gereconstrueerde instrumenten voor de middenstemmen in muziek van Lully en tijdgenoten, die tijdens het openingsconcert voor het eerst werden gepresenteerd. Ik heb ook met genoegen geconstateerd dat alle ensembles die ik gehoord heb, de Latijnse teksten historisch correct uitspraken. Ik kan me nog maar moeilijk voorstellen dat ensembles in Franse muziek Latijnse teksten op z’n Italiaans uitspreken. Des te meer verbaas ik me erover dat in de wereldlijke muziek Franse teksten gewoon op de hedendaagse manier worden uitgesproken. Volgens mij is over de uitspraak van het Frans tijdens het ancien régime voldoende bekend om daarmee geen genoegen te nemen. En als men dan hemel en aarde beweegt om de ‘correcte’ instrumenten te gebruiken, waarom doet de ‘correcte’ uitspraak van teksten er dan niet toe?

Een woord van lof is op z’n plaats voor het programmaboek. Het was een uitstekend idee vrijwel alle gezongen teksten in het boek op te nemen. Dat voorkomt het steeds weer moeten verzamelen van losse blaadjes met teksten en het gekraak en geritsel van het massaal omslaan van een blaadje. Dat de teksten soms niet helemaal correct waren zal wel onvermijdelijk zijn.

Gelukkig voor degenen die het festival niet konden bijwonen of bepaalde concerten moesten missen is een aantal concerten opgenomen voor uitzending via Radio 4. Dat aantal is overigens wel ieder jaar kleiner. Ik was bij diverse concerten aanwezig die het dubbel en dwars waard waren opgenomen te worden en waar ik opnamemicrofoons node miste. Dat zou wel wat beter kunnen. Zou de Organisatie Oude Muziek daar niet wat meer werk van kunnen maken?

Genoeg stof tot overdenken en discussiëren dus. Maar de slotsom is dat de 29e editie een mooi festival is geweest en dat Xavier Vandamme een goede start heeft gemaakt als directeur van het Festival Oude Muziek Utrecht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: