Gepost door: Johan van Veen | 14 juli 2010

Musicoloog met oogkleppen

De historische uitvoeringspraktijk is één van de belangrijkste aspecten in het muziekleven van de laatste decennia. Musicologen en uitvoerende musici vragen zich af hoe een muziekstuk zodanig kan worden uitgevoerd dat het aan de wensen van de componist beantwoordt of dat de componist het in elk geval als zijn eigen werk zou herkennen.

Hoe je een muziekstuk moet uitvoeren kun je tot op grote hoogte uit verschillende bronnen afleiden, al blijven er onvermijdelijk een aantal onbekenden over. Er is altijd een element van speculatie, gewoon omdat de bronnen ons in de steek laten. Veel moeilijker is het te weten te komen hoe de eerste luisteraars een muziekstuk hebben ervaren. Hoe luisterden ze, wat begrepen ze ervan en waren ze in staat de bedoelingen van de componist op te pikken? Neem nu Bach: hoe heeft de kerkganger in Leipzig in, zeg, 1725 een cantate van Bach gehoord? We weten er nauwelijks iets van. Zeker de ‘gewone man’ liet geen geschriften na, en hoe hij de uitvoering van zo’n cantate heeft ervaren, is niet meer te achterhalen.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat er in elk geval een niet onaanzienlijk verschil bestaat tussen de manier waarop een tijdgenoot van Bach zijn muziek heeft ervaren en de manier waarop een luisteraar in de 21e eeuw dat doet. Maar hoe groot dat verschil is, op welk vlak dat verschil ligt en, vooral, of het verschil essentieel is, dat laat zich alleen maar raden.

Sommigen maken het zich gemakkelijk. Het verschil tussen een inwoner van Leipzig anno 1725 en een luisteraar anno 2010 is zo fundamenteel dat je ervan uit moet gaan dat de laatste geheel anders naar een cantate van Bach luistert dan de eerste. Maar dat is wel erg simpel. Er wordt in het geheel geen rekening gehouden met de diversiteit van de luisteraars anno nu. De ene Bachliefhebber is de andere niet. En de culturele contekst kan verschillen van de ene luisteraar tot de andere. Het maakt nogal wat uit of Duits je moedertaal is of dat je Bachs teksten alleen kunt volgen via een vertaling. Het maakt ook verschil of je vertrouwd bent met de inhoud van de door Bach gebruikte teksten. Voor wie weinig of niets van de bijbel weet blijft de wereld van Bach voor een belangrijk deel gesloten, tenzij hij zich daarmee vertrouwd maakt door het lezen van bijvoorbeeld programmatoelichtingen.

Er zijn, afhankelijk van iemands achtergrond, verschillende manieren om naar Bachs muziek te luisteren. Niet iedere musicoloog lijkt zich dat te realiseren. George Harinck, hoogleraar aan o.a. de VU in Amsterdam, bezocht in juni j.l. het Bachfest in Leipzig. Hij schreef daarover in zijn maandelijkse column in het Nederlands Dagblad (3.7.10) (*). Hierin refereert hij ook aan een CD met hoorcolleges die hij van NRC Handelsblad had ontvangen. Hij schrijft dat hij een fragment beluisterde waarin musicoloog Leo Samama ingaat op Bachs Matthäus-Passion. “Hij onderscheidde allerlei manieren waarop je dit muziekstuk kunt waarderen: om de muziek, als uitdrukkung van Bachs biografie, als sociologisch of ambachtelijk fenomeen. Het viel me daarin op dat hij er geen religieuze functie aan toekende.”

Welke manier van waarderen van Bachs muziek het meest in overeenstemming is met Bachs bedoeling, laat ik hier maar even rusten. Ik ken de heer Samama niet en weet dus niet welke overtuigingen hij aanhangt. Maar zelfs als hij geen enkele affiniteit met het christelijk geloof heeft, dan zou hij toch op z’n minst erop moeten wijzen dat Bach zijn religieuze muziek in een kerkelijke contekst uitvoerde. We weten niet precies hoe de kerkganger in Leipzig Bachs Matthäus-Passion ervaren heeft, maar wel dat hij dat werk in een kerkelijk kader beluisterde. En als hij z’n oogkleppen had afgezet, zou hij kunnen hebben opgemerkt dat er ook nu nog Bachliefhebbers zijn voor wie zijn muziek in de eerste plaats een religieuze functie heeft.

Het is niet Samama’s enige misser. Volgens Harinck spreekt hij over de Matthäus-Passion als over een “feestelijkheid”. “Ik vond dat niet helemaal de juiste term om passiemuziek mee te typeren, zeker voor iemand die ik al geen religieuze dimensie aan het muziekstuk had horen toekennen. En ik wist zeker dat ik dit hoorcollege niet ging bestellen, toen Samama vertelde dat deze muziek bij Pasen hoorde”.

Van een musicoloog die zich met Bach bezighoudt, mag verwacht worden dat hij zich verdiept in de geestelijke wereld van de componist. Zonder kennis daarvan is diens muziek niet te doorgronden. Wil de hedendaagse luisteraar die met die wereld niet vertrouwd is, dieper tot het wezen van Bachs muziek doordringen, dan zal hij zich daarmee moeten bezighouden. Musicologen zouden hem daarbij moeten helpen. Maar een musicoloog die zelf die geestelijke wereld niet begrijpt en het verschil tussen Passie en Pasen niet kent, kan het uiteraard de hedendaagse luisteraar niet uitleggen. Die kan zelf beter met een boog om Bach heenlopen.
(*) Deze column is alleen toegankelijk voor abonnees op de digitale editie. Vandaar dat hier een link ontbreekt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: