Gepost door: Johan van Veen | 1 april 2010

Het Mattheüs-ritueel

Iedere gemeenschap heeft z’n rituelen, of dat nu een familie, een geloofsgemeenschap of een volk is. Het is interessant daar eens op te letten, want het zegt veel over de cultuur van zo’n gemeenschap, die het resultaat is van haar geschiedenis.

Nederland heeft een eigenaardige traditie: elk jaar wordt in veel plaatsen de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach uitgevoerd. De uitvoering van de Nederlandse Bachvereniging is nationaal de bekendste, naast de ‘Palmzondag-uitvoering’ in het Concertgebouw in Amsterdam. Maar ook heel wat koren in den lande, van (semi)professioneel tot amateur, geven regelmatig, soms zelfs jaarlijks, een uitvoering van dit werk. Natuurlijk wordt de Matthäus-Passion ook in andere landen uitgevoerd. Maar zo’n traditie als Nederland komt in geen enkel ander land voor, ook niet in Duitsland, het geboorteland van de componist.

Ik weet niet of wel eens systematisch is uitgezocht hoe die traditie is ontstaan en zich heeft ontwikkeld. Ingewikkelder lijkt het me er een verklaring voor te vinden. Bachs Matthäus-Passion is uiteraard een meesterwerk. Maar is zijn Johannes-Passion dat niet? En de Mis in b-klein, meestal ‘Hohe Messe’ genoemd? En dan hebben we het alleen nog maar over Bach. Monteverdi’s Vespro della Beata Vergine is ook een meesterwerk. Toch worden die allemaal veel minder vaak uitgevoerd, en een ritueel van het jaarlijks uitvoeren van die werken bestaat zeker niet. En als ze worden uitgevoerd, dan toch minder vaak achtereen en op minder verschillende plekken dan de Matthäus-Passion. En waar tref je het voltallige kabinet aan, behalve op Goede Vrijdag bij de uitvoering van de Matthäus-Passion in Naarden?

Heeft het iets met de passietijd te maken? Dat is in elk geval een opvallend verschil met andere landen: daar wordt de Matthäus-Passion ook wel op andere tijden in het jaar, bijvoorbeeld op een muziekfestival in de zomer, uitgevoerd. Dat gebeurt in Nederland nooit.

Maar waarom dan juist in de passietijd? Dat er in de weken voor Kerst concerten met kerstmuziek worden gegeven is niet zo vreemd. In de beleving van veel mensen is Kerst geen specifiek christelijk feest meer. Dat heeft tot gevolg dat het in de maatschappij op allerlei niveaus is doorgedrongen. Draaiorgels spelen kerstliedjes – of wat daarvoor doorgaat – en bij veel mensen roept dat herkenning op. De winkels liggen vol met artikelen die volgens de commercie bij Kerst horen, zoals kerstmannen.

Maar bij de passietijd ligt dat toch wat anders. Die gaat aan de maatschappij grotendeels voorbij. Draaiorgels draaien geen passieliederen en als ze dat wel deden, zouden veel mensen die niet eens herkennen. Ook de kennis van de betekenis van de passietijd is bij steeds meer mensen onbekend. Typerend is dat er wordt gesproken over paastijd, terwijl men de passietijd bedoelt. Het verschil is blijkbaar niet duidelijk.

Als men behoefte heeft aan bezinning en als de passietijd voor de bezoekers van uitvoeringen van de Matthäus-Passion echt iets zou betekenen, dan zouden misschien ook andere passieconcerten veel bezoekers trekken. Maar terwijl de Matthäus-Passion ook bezocht wordt door mensen die zelden of nooit naar concerten gaan, kunnen musici die bijvoorbeeld een passie van Schütz of Theile uitvoeren, hooguit bezoekers verwachten die een meer dan gemiddelde belangstelling voor klassieke muziek hebben. Als iemand zegt dat hij naar ‘de Mattheüs’ is geweest, weet iedereen dat hij de Matthäus-Passion van Bach bedoelt.

Het blijft merkwaardig. Dat mensen die geen enkele band met het christelijk geloof hebben, van de muziek van Bach genieten, is niet zo vreemd. Maar dat ze dat uitgerekend en vooral in de passietijd willen doen, blijft een moeilijk te doorgronden verschijnsel.

Vijf jaar geleden zei de Japanse dirigent Masaaki Suzuki, die zich met zijn Bach Collegium Japan tot één van de bekendste Bach-interpreten heeft ontwikkeld, dat hij met zijn uitvoeringen van dit werk de inhoud van het evangelie dichter bij de toehoorders wil brengen. Dat is geheel in overeenstemming met de bedoeling van Bach zelf. Maar ik heb zo het vermoeden dat dit aan de meeste bezoekers van uitvoeringen van Bachs Matthäus-Passion niet is besteed.

Rituelen zijn heel natuurlijk en misschien zelfs wel onmisbaar. Ze hebben een samenbindende functie en zijn een weerspiegeling van een gemeenschappelijke cultuur. Problematisch wordt het wanneer een ritueel een gewoonte wordt zonder inhoud. Dan verwordt het tot een relict dat hooguit verwijst naar een gemeenschappelijke cultuur die zichzelf heeft overleefd. Het jaarlijkse Mattheüs-ritueel is daarvan een welsprekend voorbeeld.

Advertenties

Responses

  1. Johan, jammer dat je niet even de toch al zeker 8 a 9 jaar bestaande Stabat Mater-traditie memoreert, een “ritueel”” dat ook in de vastentijd wordt uitgevoerd in de monumentale gothische St.Petruskerk te Oirschot. De stichting Stabat Mater werkt samen met het Brabants Orkest en het Brabantkoor en er zijn inmiddels al diverse bekende en onbekende Stabat Maters de revue gepasseerd. Neem eens contact op met die stichting, als ik je raden mag. Het is treurig dat dergelijke evenementen in “de provincie”” grotendeels in de “landelijke””media niet worden gesignaleerd, wat uiteraard in dit geval geen verwijt is aan jouw adres. Met vriendelijke groet,
    Ferd Op de Coul


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: